Statistieken


Economische groei zou toch zorgen voor toename van de werkgelegenheid?  Nou, nee dus!


In mijn boek "De Innovatie Economie" gebruik ik vooral statistische gegevens uit de VS.
Maar voor Nederland is de situatie niet anders.

In de onderstaande grafiek, gebaseerd op cijfers van het CBS, heb ik de ontwikkeling van het Nederlandse BBP in miljoenen Euro's gecorrigeerd naar inflatie op prijspeil 1995 (blauwe lijn) samengebracht met de ontwikkeling van de werkgelegenheid in fte per 1000 inwoners (rode lijn).
De economische “bubbels” van de afgelopen decennia tonen zich niet (2001) of nauwelijks (2008) in de lijn van het BBP, maar wel in die van de werkgelegenheid.

De werkgelegenheid is in 2014 op het niveau van 1999 en de lijnen lijken sinds 2009 alleen maar verder te divergeren. Een bekend economen-axioma zegt dat economische groei zorgt voor meer werkgelegenheid. Maar dat blijkt bepaald niet uit deze statistiek. Integendeel, de trend in deze statistiek is precies wat we zouden mogen verwachten wanneer een toenemend deel van de productie wordt gerealiseerd met machines in plaats van mensen: de bedrijvigheid neemt dan weliswaar toe, maar de werkgelegenheid neemt af. 



Samenstelling van de Nederlandse arbeidsmarkt 

De samenstelling van de Nederlandse arbeidsmarkt, bezien naar volume per bedrijfstak, ziet er anno 2014 als volgt uit:



Wat direct opvalt is, dat de vier grootste bedrijfstakken samen zorgen voor bijna 80 procent van de totale werkgelegenheid.
Opvallend is ook, dat de werkgelegenheid vrijwel volledig gevonden wordt in de 'traditionele' bedrijfstakken. De Informatie- en Communicatie Technologie, die de laatste decennia zo'n stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt biedt als bedrijfstak maar weinig mensen werk: slechts 3,5 procent van het totaal.




Dit staafdiagram geeft het volume van de bedrijfstakken aan, gemeten in arbeidsjaren.
De grootste bedrijfstak, 'Overheid en Zorg' leverde in 2014 zo'n 1,9 miljoen arbeidsjaren en de bedrijfstak ICT nog geen kwart miljoen.






Verloop van de Nederlandse arbeidsmarkt

Het verloop van de Nederlandse arbeidsmarkt, bezien naar volume per bedrijfstak, was tussen 2000 en 2014 als volgt:

De bedrijfstak die in 2000 nog de grootste was, 'Handel, Vervoer en Horeca', heeft die koppositie verloren. Grootste werkgever is nu de sector 'Overheid en Zorg'. Die is tussen 2000 en 2010 sterk gegroeid, maar neemt sinds 2010 weer af. Dat geldt voor bijna alle bedrijfstakken: vrijwel overal is de werkgelegenheid gedaald of op zijn best gelijk gebleven, behalve in de 'Zakelijke Dienstverlening'. Dankzij een stijging van de werkgelegenheid in die sector valt het totale banenverlies de laatste paar jaar nog mee.
Maar laten we er niet eeuwig ons heil van blijven verwachten, want ook die bedrijfstak is bepaald niet immuun voor (verdere) technologische werkloosheid.




De mythe van de arbeidsproductiviteit

Als door economen of politici wordt gezegd dat de arbeidsproductiviteit omhoog moet, dan denken veel mensen dat de werknemers harder of langer moeten gaan werken, maar is dat zo?
Wat betekent de term "arbeidsproductiviteit" eigenlijk?
Bij dit begrip gaat het doorgaans om drie aspecten: scholing, arbeidsverdeling en kapitaalintensiteit

Dit is een gebruikelijke grafiek over de arbeidsproductiviteit. De lijn loopt omhoog en dat is goed, want daar worden we blij van. Van een grafiek waarin de lijn naar beneden loopt worden we neerslachtig. Zeker als het gaat om zoiets nuttigs als “arbeidsproductiviteit”. Toch?

Wat de grafiek laat zien is, dat we in Nederland tussen 2000 en 2014 per voltijdbaan steeds meer toegevoegde waarde hebben geproduceerd.
Maar dat is niet of nauwelijks te danken aan de inspanning, het opleidingsniveau of de specialisatie van werknemers, maar vrijwel uitsluitend aan één ding: technologie.
Door de inzet van steeds meer kapitaalgoederen in de vorm van machines, automatisering en informatisering, zijn er voor de productie steeds minder mensen nodig.





Maar we kunnen op basis van precies dezelfde gegevens van het CBS ook een iets andere grafiek maken:


Deze grafiek is minder vrolijk. Niet alleen omdat hij een dalende lijn vertoont, maar vooral vanwege de harde werkelijkheid die erin naar voren komt, veel duidelijker dan in de vorige grafiek.

Die werkelijkheid is, dat er in 2000 nog 16,7 Fte nodig waren om een miljoen Euro aan BBP waarde te produceren en in 2014 nog maar 15,0 Fte. 

Het verschil zijn de banen voor mensen, die in deze periode zijn overgenomen door technologie. Per miljoen Euro BBP uiteraard. En voor inflatie gecorrigeerd.
Gelukkig hebben we in dezelfde periode ook een groei van het BBP meegemaakt, waardoor dit verlies van banen is gecompenseerd. Maar die compensatie zien we sinds 2011 niet meer optreden.




De besteedbare gezinsinkomens stagneren


De blauwe lijn laat de ontwikkeling zien van het gemiddelde besteedbare jaarinkomen van de particuliere huishoudens in Nederland (bron CBS) over de periode 2000 – 2014.
De rode lijn geeft het prijspeil aan, gerekend vanaf het gemiddelde gezinsinkomen van 2000. Deze lijn (de inflatie) loopt tamelijk gelijkmatig omhoog. De economische bubbels van 2001 en 2008 zijn er niet of nauwelijk in te ontdekken.
Dat is anders met de blauwe lijn, die van het besteedbare gezinsinkomen. We gingen er even op vooruit vanaf 2000, maar in 2003 waren we al weer bijna terug op het peil van 2000.
Vervolgens ging het een paar jaar gelijk op, om vanaf 2005 weer reëel te stijgen ten opzichte van het prijspeil, maar de stijging hield op in 2009 (eigenlijk al in 2008). Vanaf 2009 zijn de besteedbare gezinsinkomens nauwelijks meer gestegen, terwijl het prijspeil door bleef stijgen.
Het resultaat is, dat de besteedbare gezinsinkomens eind 2014 weer op het oude peil van 2000 zijn aangeland. We zijn er per saldo in veertien jaar niets op vooruit gegaan.
Dat geldt niet voor de (eigenaren van) de bedrijven; de gele lijn van het verloop van het BBP geeft aan dat daar wel winst is geboekt.
De vraag die zich opdringt is uiteraard wat er verder gaat gebeuren. Blijft de blauwe lijn -net als in 2003- net boven de rode en komt er daarna weer een verbetering?
Of gaan de lijnen elkaar kruisen en keren we met de besteedbare gezinsinkomens terug naar de vorige eeuw?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten