Belastingen


De belastingheffing in Nederland kenmerkt zich door een relatief hoog tarief dat berekend wordt over een tamelijk smalle basis. Het drukt overwegend op de inkomens van de burgers en in veel mindere mate op hun vermogen en op de winsten van bedrijven. Privé-vermogens worden formeel wel belast, maar alleen voor zover ze zich een vlucht naar een of ander belastingparadijs niet kunnen veroorloven. De vermogensbelasting is door de wetgever vermomd als een inkomstenbelasting door de heffing te berekenen over een uniform fictief rendement. Het percentage van dat fictieve rendement is voor spaartegoeden (veel) te hoog en voor beleggingen in effecten te laag, waardoor de kleine spaarder relatief zwaar wordt geraakt en de succesvolle belegger op de effectenbeurs spekkoper is; rendement op vermogen is afhankelijk van de aard van de belegging, niet van de hoogte ervan. Rutte III is voornemens om vanaf 2022 wèl naar de aard van de belegging te gaan kijken. Het per belegging in aanmerking te nemen rendement wordt echter nog steeds forfaitair berekend en het werkelijke rendement speelt dus ook na 2022 geen rol.
Naast de (te) hoge belasting op spaargeld heeft de gewone burger uiteraard ook te maken met hoge sociale lasten en een BTW die een opwaartse trend vertoont. Met name het lage tarief, dat van de dagelijkse levensbehoeften.
De vennootschapsbelasting wordt stelselmatig verlaagd onder invloed van de concurrentie met andere landen.

Het blijkt buitengewoon moeilijk om bij de bedrijven, vooral bij de grote multinationals, te komen tot een faire belastingheffing over hun gigantische bedrijfswinsten. Deze bedrijven weten overheden handig tegen elkaar uit te spelen en kunnen hun winsten daar laten belanden, waar ze het minst en soms niet of nauwelijks worden belast. Er is grote behoefte aan een beter systeem om bedrijfswinsten te belasten, daarover bestaat vrij algemeen consensus, maar de wijze waarop, daarover verschillen de meningen.
Ondertussen wordt er wel degelijk nog vennootschapsbelasting geheven, maar dan vooral in het Midden- en Kleinbedrijf. Ik denk dat dit meten met twee maten niet onbeperkt vol te houden is. We moeten er ernstig rekening mee houden dat de vennootschapsbelasting op den duur geheel gaat verdwijnen en we moeten dus een nieuwe manier vinden om bedrijven te laten meebetalen aan de kosten van de samenleving.

De inkomstenbelasting, waar we voor de belastingopbrengst zeer afhankelijk van zijn, is inmiddels verworden tot een bonte verzameling van tarieven, bijzondere toeslagen, heffingen en heffingskortingen, met meer uitzonderingen dan regels. De uitvoerbaarheid van het stelsel staat daardoor onder grote druk en daarnaast heeft het een destructieve invloed op onze sociale cohesie. Het stimuleert maatschappelijke tegenstellingen, tussen jongeren en ouderen, werkenden en gepensioneerden, huurders en huiseigenaren, et cetera.
Dat moet anders kunnen.

Een nieuwe belasting: slim, neutraal en goedkoop

Een belasting die heel veel opbrengt en waar de individuele burger haast niets van merkt; het klinkt te mooi om waar te zijn. Maar toch kan het.
Eigenlijk zou iedereen het principe moeten kennen, want het is al eens in de praktijk gebracht, zij het niet door de overheid. De praktijk waar ik op doel is eind 2009 afgeschaft via Europese regelgeving. Niet omdat het idee niet werkte, maar meer omdat het te succesvol was en niet goed gecontroleerd kon worden. Ik doel hier op de destijds bestaande praktijk bij de banken om bij betaaltransacties minimaal een, meestal twee en soms drie dagen verschil aan te houden tussen de datum waarop de afschrijving bij de betalende partij was verwerkt en de datum waarop de betaling op de rekening van de ontvangende partij werd bijgeschreven. De bank betaalde gedurende deze korte periode geen rente over het bedrag van de transactie, noch aan de betalende, noch aan de ontvangende partij. Doordat de periode die het betrof zo kort was en de rentederving voor de bij de transactie betrokken partijen dus te verwaarlozen, maakte eigenlijk niemand zich er druk over, althans qua bedrag. Er was wel een groeiende irritatie bij burgers over deze bankenpraktijk, omdat op deze manier banken rendement behaalden met 'ons geld'. Na de afschaffing, via de 'Europese Richtlijn Betaaldiensten', moesten banken aan hun klanten kosten in rekening gaan brengen om het verlies aan rendement te compenseren. Ik durf niet te beoordelen of we nu meer of minder voor bankdiensten betalen dan voorheen, maar in ieder geval heeft ons betalingsverkeer gewonnen aan transparantie. De nieuwe belasting waarvoor ik hier wil pleiten behelst een heffing over alle betaaltransacties en is gebaseerd op het hier beschreven mechanisme van heel veel kleine beetjes die tezamen een grote opbrengst kunnen geven.

De Algemene Betaaltaks

Het idee voor deze vorm van belasting is afkomstig van de Amerikaanse econoom Edgar L. Feige, emeritus hoogleraar van de universiteit van Wisconsin-Madison. Hij doceerde ook aan de Yale universiteit en aan die van Essex, Rotterdam en Leiden. Hij specialiseerde zich in monetaire en fiscale politiek en adviseerde op dat vlak diverse overheden en financiële instanties.

In oktober 2000 publiceerde Feige een paper genaamd “Taxation for the 21st Century: the automated payment transaction (APT) tax”, waarin hij zijn idee en de argumenten daarvoor uiteen zette. Een belasting die transparant, eenvoudig te berekenen, gemakkelijk te innen en rechtvaardig is. Dit is het idee:
Op iedere digitale betaling wordt volledig automatisch een klein bedrag ingehouden, door Feige APT genoemd en door mij in het verdere verloop aangeduid als 'ABt' (Algemene Betaaltaks). De heffing wordt toegepast op alle betalingen, door wie ook gedaan en ongeacht de achterliggende reden voor de betaling. Geld wordt simpelweg belast indien het beweegt van de ene geldrekening naar een andere.  
Het tarief is vergeleken met de bestaande belastingen extreem laag, minder dan een half procent, maar het wordt toegepast op een heffingsbasis die vergeleken met onze huidige basis voor de belastingheffing extreem breed is, namelijk tientallen malen de omvang van het BBP. Daardoor kan de belastingopbrengst met een Betaaltaks toch zeer groot zijn, ondanks het lage tarief. Het aanbieden van betaaldiensten is aan wettelijke regels en overheidsgoedkeuring gebonden en onderworpen aan controle door de Centrale Banken. Niet iedereen kan zomaar een bank beginnen of anderszins betaaldiensten aanbieden. De overheid heeft dus al greep op de organisaties die zullen moeten meewerken aan het heffen van de Betaaltaks.
- De belasting wordt alleen geheven over digitale betalingen, via een van de door de overheid toegelaten betaalsystemen. Betalingen in contanten blijven buiten de heffing.
- De belasting wordt geheven als bronbelasting, rechtstreeks bij de betaaldienst die de transactie heeft uitgevoerd en zonder interventiemogelijkheid van de bij de transactie betrokken partijen. Overigens ook zonder dat de bij de betaling betrokken partijen aangifte hoeven te doen of een anderssoortige administratieve inspanning moeten leveren.
- De belasting kent in principe maar één tarief; er wordt geen onderscheid gemaakt naar inkomen of vermogen van de betalende of de ontvangende partij. Wel zou er verschil kunnen worden gemaakt tussen binnenlands betalingsverkeer en betalingsverkeer met het buitenland. Ook zou eventueel een afwijkend tarief kunnen worden ingesteld voor transacties waar digitaal geld wordt omgezet in papiergeld of omgekeerd. Dat is een zaak voor latere uitwerking en afhankelijk van de neveneffecten die na invoering blijken op te treden.

Wat zou het op kunnen leveren

Wat de te verwachten opbrengst betreft kunnen we in algemene zin het volgende zeggen. Volgens gegevens uit het 'Statistical Data Warehouse' van de ECB beliep in Nederland het totaal van alle 'Credit transfers and direct debits' over 2018 een bedrag van 69870 miljard. Dat is ruim negentig maal de omvang van ons BBP over 2018. Bij een tarief van 0,20% (twintig cent op honderd euro) over iedere betaaltransactie, zou dat een opbrengst geven van bijna 140 miljard euro. Dat is vier maal het jaarlijkse bedrag dat gemoeid is met de (binnenlandse) AOW!

Maar zo simpel is het natuurlijk niet. We moeten ervan uitgaan dat het betalingenvolume zal dalen als gevolg van de invoering van een Betaaltaks. Een aantal beurshandelaren en andere belanghebbenden die van de ABt relatief veel nadeel ondervinden zullen hun activiteiten verplaatsen naar landen waar deze taks niet wordt geheven. De omvang van dit effect is moeilijk tevoren in te schatten. Het zal ongetwijfeld afhangen van het tarief van de heffing, maar ook van de vraag hoeveel van ons betalingsverkeer puur financieel is, dus geen of nauwelijks enig verband houdt met de reële economie. En uiteraard hoeveel begaanbare vluchtwegen er bestaan voor dat type betalingsverkeer.
Het betalingenvolume in vergelijkbare economieën in de Eurozone, Duitsland, Frankrijk, België en Finland, bedraagt gemiddeld 46,5 maal hun BBP. Met een slechts iets hoger BBP per capita heeft Nederland daartegenover een veel hoger betalingenvolume. Het verschil kan moeilijk anders worden verklaard dan door de positie van Nederland als belastingparadijs. Er stroomt veel 'gratis' geld via Nederland dat anders aan ons voorbij zou zijn gegaan.
Met zo'n forse schuimkraag op ons betalingenvolume moeten we dus rekening houden met een aanzienlijke terugval van dat volume na invoering van de ABt. Hoe groot die terugval zal zijn en hoe snel het zal gaan blijft echter nog steeds moeilijk te voorzien, maar laten we uitgaan van een halvering van het volume, zelfs bij een laag tarief van 0,20%.
De Algemene Betaaltaks zou bij dat tarief dan geen 140 miljard opbrengen, maar 'slechts' 70 miljard euro.

De extra belastingdruk die een Betaaltaks tegen een tarief van 0,20% zou opleveren voor een modale belastingplichtige wiens netto maandinkomen ongeveer € 2000 bedraagt, is circa € 4,- per maand. Dit op basis van de aanname dat Jan Modaal zijn inkomen eenmaal ontvangt en -in gedeelten- ook maar eenmaal uitgeeft. Zo betaalt hij 0,1% bij de ontvangst van zijn inkomen en opnieuw 0,1% bij het weer uitgeven ervan (de heffing wordt fifty-fifty verdeeld over betaler en ontvanger). Wellicht zet Jan iets van zijn inkomen apart op een spaarrekening. Dat bedrag zou dan bij de berekening van zijn taks dubbel geteld moeten worden. De algehele door Jan Modaal extra te betalen taks bedraagt in dit getallenvoorbeeld niet meer dan € 50 per jaar. Dat wil zeggen, als die niet gecompenseerd zou worden.
Dat ligt anders bij personen en bedrijven die hun geld veelvuldig heen en weer schuiven, zoals bij zogenaamde 'daytraders', voor wie dat zelfs hun core business is. Die doen aan hoogfrequente handel in effecten met behulp van grote bedragen en zullen dus door de Betaaltaks zwaar worden getroffen.

Waarom de Betaaltaks eigenlijk geen belasting is

Mijn stelling is: de overheid is er voor de burgers, niet voor de bedrijven.
De kans dat u het ogenblikkelijk met deze stelling eens bent lijkt me vrij klein. U zult op zijn minst vinden dat de overheid er ook is voor de bedrijven. Sommigen zullen wellicht zelfs de stelling willen omdraaien en zeggen dat de overheid er vooral is voor de bedrijven. Vanuit het economistische idee dat als het goed gaat met de bedrijven, het vanzelf ook goed gaat met de burgers. De feiten laten zien dat het zo niet werkt en dat hoeft ook niet, mits we accepteren dat bedrijven geen mensen zijn, maar simpelweg verdienmodellen in onze kapitalistische economie.

Als bedrijven hun rekeningen niet meer kunnen betalen moeten ze worden opgeheven. Ze komen niet in een bijstandsuitkering voor bedrijven of zoiets. Om de belangen van de schuldeisers zoveel mogelijk te waarborgen gelden er wettelijke procedures, met een curator die eerst moet kijken of er eventueel nog partijen te vinden zijn die de zaak zouden willen overnemen. Zijn die er niet, dan moet hij de failliete boedel vervolgens netjes verdelen.
Overheden hebben wel eens de neiging om noodlijdende bedrijven direct of indirect te steunen, maar afgezien van grote banken en populaire voetbalvennootschappen hoeven bedrijven in beginsel niet bij de overheid aan te kloppen voor steun. De vermoedelijke reden daarvoor is, dat het niet mag. Volgens Europese regels is het in leven houden van bedrijven met overheidssteun streng verboden, omdat het wordt gezien als concurrentie-vervalsing. Een dergelijk verbod is er niet op het in leven houden van niet-rendabele burgers. Mensen hoeven geen winst te maken om te mogen bestaan. Gelukkig maar.
Dit betekent allerminst dat de overheid niets doet voor bedrijven. Het bedrijfsleven als geheel wordt op tal van manieren legaal door de overheid ondersteund en de vrijemarkteconomie zou niet eens kunnen bestaan en functioneren indien er geen overheid zou zijn die regels stelt en deze regels ook handhaaft. Maar de overheid doet dat allemaal vanuit haar kerntaak, namelijk de zorg voor het welzijn van de burgers. Bedrijven zijn daartoe een middel, geen doel op zichzelf. Bevorderen van het welzijn van individuele bedrijven is niet de 'raison d'être' van de overheid.
Toch voelt iedereen wel aan dat het redelijk is om van de bedrijven een bijdrage te vragen in de collectieve kosten van de samenleving, omdat ook bedrijven direct of indirect profiteren van allerlei collectieve voorzieningen. Nu zult u zeggen dat dat allang gebeurt, namelijk via de belasting die bedrijven moeten betalen over hun winst, net zoals burgers belasting betalen over hun inkomen. Dat klopt, maar daar zitten bedrijfseconomisch gezien toch wat erg vreemde kantjes aan.
Wat zou er gebeuren als een bedrijf tegen zijn energieleverancier zou zeggen dat het zijn energierekening over het lopende jaar alleen zal betalen indien er na afsluiting van het boekjaar winst is gemaakt? En waarom kan een bedrijf zijn werknemers niet gewoon mededelen dat ze alleen loon krijgen indien en voor zover de geboekte winst dat toelaat? De vraag is welhaast retorisch, maar om hem toch te beantwoorden: herrie in de tent!
De energierekening en de salarissen van de medewerkers zijn uiteraard uitgaven die verdisconteerd behoren te worden in de kostprijs van de goederen en diensten die het bedrijf produceert.

Zo bezien is het onterecht dat bedrijven alleen betalen voor de geleverde diensten van de overheid indien en voor zover ze winst hebben gemaakt. Belasting betalen naar draagkracht is weliswaar een correct beginsel bij de loon- en inkomstenbelasting die de burgers moeten betalen, maar dat het via de vennootschapsbelasting ook wordt toegepast bij de bedrijven doet nogal vreemd aan. De collectieve diensten van de overheid zouden moeten worden beschouwd als een nutsvoorziening, die een productiefactor is voor de bedrijven. Ook die zou in de kostprijs van het product moeten worden meegenomen.

We zijn gewend om drie klassieke productiefactoren te onderscheiden: Natuur, Kapitaal en Arbeid. Ik zou daar dus een vierde aan toe willen voegen, namelijk Overheidsdiensten, gerepresenteerd door het geldsysteem. Dat systeem is door de overheid gecreëerd en wordt door de overheid in stand gehouden en beschermd. Zonder dat systeem kunnen bedrijven niet bestaan. Als we de overheidsdiensten inderdaad zouden aanmerken als een productiefactor, dan moet voor het gebruik ervan door bedrijven worden betaald ongeacht of er winst is, gewoon zoals er ook moet worden betaald voor de andere productiefactoren, ongeacht of er winst is.

De Betaaltaks doet precies dat: het gebruik van het geld- en betaalsysteem aanmerken als een productiefactor waarvoor betaald moet worden. Aan het eind van de rit blijkt dan wel of er winst is gemaakt en zo ja hoeveel. In de parallel met het fiscale systeem zoals dat van toepassing is op de burgers zie ik de winstbelasting niet als een vorm van inkomstenbelasting voor bedrijven, maar als hun vermogensrendementsheffing. Mogen ze nog blij zijn dat er niet, zoals bij de burger, gerekend wordt met een fictief rendement, maar dat er wordt gekeken naar het werkelijke rendement. In principe althans, want over het belasten van de winst weten we twee dingen zeker: bedrijven zijn uiterst gewiekst in het onzichtbaar maken of wegsluizen van hun winst en bovendien (of beter gezegd daardoor) zijn de tarieven van de winstbelasting bezig te dalen naar nul. Niet alleen de facto, maar ook formeel, zeker voor de multinationals waarmee door overheden speciale afspraken worden gemaakt.

Dat zo zijnde, wat is ons plan voor de situatie dat de winstbelasting uiteindelijk nihil is geworden?
Natuurlijk, we kunnen de BTW verhogen, maar dat kan niet onbeperkt en bovendien wordt de BTW betaald door de consument, niet door de bedrijven. Toch richten alle discussies over het op een sluitende en eerlijke manier laten meebetalen van bedrijven zich nog steeds op de winst. Hoe die precies berekend moet worden ('Transfer pricing'), hoe we kunnen voorkomen dat winst wordt weggesluisd naar belastingparadijzen ('pricing at arm's length') en als er meerdere landen aanspraak maken op heffing van winstbelasting hoe voor elk van de landen waar de multinational actief is een proportioneel aandeel kan worden bepaald ('Formula apportionment').

Ondanks alle aandacht voor het onderwerp zijn de overheden niet erg succesvol bij het bepalen en innen van winstbelasting, met name bij internationaal opererende bedrijven. Ik denk dat we dit zo langzamerhand als een verloren wedstrijd mogen beschouwen en dat we dus beter kunnen zoeken naar alternatieven. Het enige alternatief dat ik zie is de Betaaltaks. In plaats van een solidariteitsheffing over het netto bedrijfsresultaat, dat uiteraard per bedrijf verschilt, betalen alle bedrijven dan eenzelfde tarief voor het gebruik van de bestaande overheidsdiensten. Gewoon als productiekosten die op de gebruikelijke wijze ingecalculeerd moeten worden binnen de businesscase. Bij alle betalingen die plaatsvinden in het bedrijfsproces wordt automatisch belasting afgedragen voor het gebruik van het geld- en betaalsysteem dat daarvoor nodig is. Dat is een heffing waar uiterst moeilijk aan te ontsnappen is, zelfs voor de Apples, de Googles, de Amazons en de Starbucksen van deze wereld.

Technische voordelen van de Algemene Betaaltaks

Doordat de Betaaltaks geheven wordt over zo'n extreem brede basis kan het tarief extreem laag blijven. Dit maakt het mogelijk voor de overheid om hoge belastingopbrengsten te genereren tegen dusdanig lage tarieven, dat het verstorende effect van de heffing minimaal is.
De uitvoeringskosten van deze belasting zijn ook extreem laag, omdat het een bronbelasting is waarvan de inning volledig geautomatiseerd plaats vindt. Aangiftes van de kant van de belastingplichtigen zijn er niet voor nodig en handmatige controles van dergelijke aangiftes dus ook niet. Mede om deze reden is de ABt niet fraudegevoelig.
Sterker nog, de ABt kan in principe gebruikt worden om fraude in de sfeer van de inkomstenbelasting op te sporen. Een voorbeeld:
Uit gegevens van de belastingdienst, opgevraagd door het dagblad Trouw bleek begin 2019 dat driekwart van de mensen die hun huis verhuren via Airbnb hun inkomsten daaruit verzwijgen voor de fiscus. Vergelijking van de afdrachten uit de ABt met de aangiften IB zou indicaties kunnen opleveren van mogelijk gepleegde fraude. Die indicaties kunnen dan leiden tot nader onderzoek. Ditzelfde geldt uiteraard voor inkomsten uit werkzaamheden via Uber, Deliveroo, of andere activiteiten in het kader van de zogenaamde 'platformeconomie'. Onze fiscale wetgeving en de bijbehorende uitvoeringspraktijk lijken daar nog niet optimaal op ingesteld.
De Algemene Betaaltaks is een heffing zonder aanzien des persoons: er is een vlak tarief dat door alle burgers en organisaties wordt betaald. Kapitaalbezitters en degenen die met handel in financiële producten hun inkomen verwerven gaan via de ABt ook belasting betalen. Met ons huidige stelsel slagen we er niet in om kapitaal effectief te belasten, maar met de ABt kan dat wel, zonder de gewone burger wezenlijk zwaarder te treffen.

Nadelen van de Betaaltaks

Bij al deze voordelen zijn er uiteraard ook nadelen. Behalve de mogelijkheden van ontwijking zijn dat bijvoorbeeld kostencumulaties die kunnen optreden in productieketens die sterk zijn gefragmenteerd. Ongeveer zoals bij de vroegere Omzetbelasting, voorganger van de huidige BTW, die dit zogenaamde 'cascade' effect van belasting over belasting ook kende. Van de Betaaltaks zou dan ook een -zij het beperkte- stimulans uit kunnen gaan ten voordele van meer verticaal geïntegreerde productieketens, maar de vraag is of dat altijd als een nadeel moet worden gezien.

De Betaaltaks zou het meest effectief zijn als hij tegelijkertijd door alle landen van de wereld zou worden ingevoerd, maar dat gaat natuurlijk niet gebeuren. Daarom moet bij invoering door alleen Nederland rekening worden gehouden met ontwijkend gedrag door partijen die door de belasting worden getroffen. De Betaaltaks zal verhoudingsgewijs zwaar drukken op de handel met valuta en andere financiële activa. Een uittocht van beurshandelaren ligt daarom in de lijn der verwachtingen. Welk nadeel dat oplevert valt nog te bezien. Zelf heb ik niet de indruk dat de beurshandel erg veel inkomsten voor de schatkist oplevert. In dat geval kan vertrek van een aantal van hen ook moeilijk een substantieel negatief effect hebben op de opbrengst van de loon- en inkomstenbelasting en andere bestaande heffingen.

Wel is het uiteraard zo, dat een aantal zeer vermogende huishoudens het land zouden kunnen verlaten en daarmee zou de Nederlandse overheid wel wat inkomsten kunnen mislopen. Het gaat dan niet zonder meer om alle mensen met een zeer hoog inkomen of een zeer hoog vermogen, want de Betaaltaks is een vlaktaks, waarvan het procentuele tarief dus niet progressief is. De 'gewone' langetermijnbelegger heeft van de ABt heel weinig te duchten.

Als we er toch vanuit moeten gaan dat de vennootschapsbelasting stapsgewijze verder zal worden verlaagd, zou het een geschikte strategie kunnen zijn om dat te combineren met de invoering en stapsgewijze verhoging van de Betaaltaks. Uiteraard zal het voor pure brievenbusfirma's geen stimulans zijn om zich in Nederland te vestigen, maar hun belastingopbrengst valt voor ons toch al in de categorie 'zo gewonnen, zo geronnen'. Het is slechts een kwestie van tijd totdat deze concerns hun brievenbuswinst weer verkassen naar een ander belastingparadijs. Dat spelletje gaat Nederland verliezen, om het maar niet te hebben over de ethische aspecten ervan.
Overigens worden de brievenbusconcerns door onze eventuele Betaaltaks slechts in beperkte mate getroffen. Het geld gaat er een keer in en het gaat er ook in een keer weer uit. Andere bedrijven, die hier wel daadwerkelijk bedrijfsactiviteiten ontplooien en dus veel meer Betaaltaks zouden moeten betalen, kunnen die taks alleen ontlopen door hun activiteiten naar het buitenland te verplaatsen (in de hoop dat niet ook daar een betaaltaks wordt ingevoerd). Dat is echter niet zo makkelijk en ook niet slim, want aan ons valt veel te verdienen.

Herschikkingsmogelijkheden

Edgar Feige zag deze vorm van belasting als een mogelijkheid om alle bestaande belastingvormen in de VS af te schaffen en te vervangen door deze ene. Zelf zie ik de Betaaltaks van Feige niet als een radicaal alternatief voor ons bestaande systeem van belastingheffing, maar meer als een aanvulling daarop. Mocht de Betaaltaks worden ingevoerd en een succes blijken, dan ontstaan er natuurlijk wel mogelijkheden om belangrijke en zeer wenselijke herschikkingen te doen in ons bestaande fiscale stelsel.
Zo zou de belasting op arbeidsinkomen verminderd kunnen worden, evenals de werkgeverslasten. Dit zou een stimulans zijn voor de werkgelegenheid en tegelijkertijd de productiekosten verminderen, wat goed is voor onze internationale concurrentiepositie.
Er zijn meer aantrekkelijke mogelijkheden, met name als gekeken wordt naar de kosten van uitvoering van sommige heffingen en naar hun kwetsbaarheid voor fraude. Door afschaffing van dergelijke heffingen zijn interessante inverdieneffecten te behalen.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten