zaterdag 29 februari 2020

Nieuwe cijfers werkgelegenheid. En het besteedbaar inkomen?

Het CBS publiceerde vandaag zijn cijfers over het verloop van het aantal mensen in de bijstand. Voor het derde achtereenvolgende jaar is er een daling nadat er daarvoor acht jaar lang, van 2009 tot en met 2016 steeds een stijging is geweest. In die periode nam het aantal mensen in de bijstand toe met honderdzestigduizend. Die toename is nog niet ongedaan gemaakt, maar de daling van het bestand heeft zich dus ook in 2019 voortgezet, wat natuurlijk een goed teken is. Nadat de laatste drie jaar het aantal bijstandsgerechtigden met ruim vijftigduizend is verminderd resteert op dit moment nog een bestand van 413.000 mensen in de bijstand. 

Er zijn meer goede tekens, maar bij het geheel zijn een paar kanttekeningen te maken, zoals gebruikelijk. Eerst de andere positieve ontwikkelingen.
De eerste ziet u hiernaast. Ook wij hebben de nieuwste cijfers over 2019 verwerkt in onze 'Monitor Werkgelegenheid in Nederland' (slow reporting noemen we dat). De werkgelegenheid is opnieuw gestegen. De echte. Dat is het aantal feitelijk (betaald) gewerkte uren, gecorrigeerd voor de bevolkingstoename. In het vorige verslagjaar 2018, zijn we wat de werkgelegenheid betreft uit het dal van de crisis van 2008 gekropen. Het tot dan toe hoogste niveau van de werkgelegenheid, 776 uur per inwoner (2008) werd in 2018 overtroffen (780 uur per inwoner).
Afgelopen jaar werd dat dus nog meer, namelijk 791 uur per inwoner.

Naast de absolute en relatieve toename van de werkgelegenheid is ook het aantal werkenden per duizend inwoners gestegen. Dat getal bereikte zijn hoogste punt eveneens vlak voor de crisis, op 543 werkenden. Ook op dit punt is de teruggang ongedaan gemaakt, want in 2019 waren er 552 werkenden per duizend inwoners.
Hierbij moet worden aangetekend dat iedereen die minstens één uur per week betaald werk verricht door het CBS al geteld wordt als een werkende met een 'baan'. Het heeft dus zin om ook te kijken naar het gemiddelde aantal uren per baan. Dan zien we dat dat gemiddelde over de jaren nogal is gedaald, hetgeen de toename van het aantal werkenden enigszins relativeert.



En dan het loon. We zouden mogen verwachten dat de gezinsinkomens flink stijgen als er steeds meer mensen betaald werk hebben. Maar het resultaat blijkt magertjes, zoals blijkt uit deze grafiek over de periode na de crisis, 2011 - 2018.


De inkomens van gezinnen in de bijstand zijn noch gedaald, noch gestegen. Die van werknemersgezinnen stijgen licht maar gestaag, terwijl die van zelfstandigen zoals te verwachten is wat meer fluctuatie vertonen, maar ze zijn in 2018 hoger dan in 2011.
De pensioenen hebben in 2018 nog een heel klein plusje ten opzichte van 2011, maar dat plusje is bezig te verdwijnen.

Conclusies trekken is vooral een kwestie van persoonlijke instelling. Voor de een is het glas halfvol en voor de ander halfleeg. Mijn conclusie is dat bij een arbeidsmarkt die 'overspannen' heet te zijn, met allerlei moeilijk vervulbare vacatures en daarbij een inderdaad stijgend arbeidsvolume, we eigenlijk meer hadden mogen verwachten op het loonfront.

In de decennia na de oorlog was een gezin met één kostwinner tamelijk gebruikelijk. Zo gebruikelijk, dat vrouwelijke ambtenaren die gingen trouwen om die reden werden ontslagen. Ze zouden maar een baan bezet houden voor een potentiële -veelal mannelijke- 'kostwinner'.
Heden ten dage is een gezin met anderhalve baan de norm geworden. Laten we hopen dat we bij ons toestanden kunnen voorkomen zoals in de VS, waar een alleenstaande of alleenstaande ouder die zichzelf (en kinderen) wil onderhouden het vaak niet meer redt met slechts één 'baan'.
'Working two jobs' is in de VS een steeds vaker voorkomend verschijnsel geworden.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten