donderdag 2 januari 2020

Pas de deux: CAO-lonen en consumentenprijzen


Eind vorige maand rapporteerde mijn favoriete landelijke bestuursorgaan, het CBS, cijfers over de grootste stijging van de CAO-lonen in tien jaar tijd. Uiteraard nog niet over het gehele jaar 2019, die cijfers komen later.
Het CBS doet wat alle media zouden moeten doen bij berichtgeving over economische groei, lonen, koopkracht en dergelijke, namelijk de prijsstijging (de CPI) erin meenemen. Hetzij direct verdisconteerd, hetzij ter vergelijking ernaast, zoals het CBS in dit geval heeft gedaan.
Want we willen niet weten welk getal er op ons loonstrookje staat, maar of we er in reëel besteedbaar inkomen op vooruit gaan. Wat dat betreft is deze CBS rapportage eigenlijk nog te beperkt, omdat de ingrepen van de overheid er niet in meegenomen zijn. Loon- en inkomstenbelasting (inclusief geschuif met heffingskortingen), accijnzen, BTW, energiebelasting, OZB, Zorgpremie, eigen risico etc. Die hebben ook nogal wat invloed op het inkomen dat we werkelijk vrij te besteden overhouden va ons CAO-loon.
Niettemin zijn de nieuwe cijfers interessant, vooral ook omdat het CBS een overzicht geeft over de laatste elf jaar (2009 t/m 2019).
Ik presenteer ze hier op een iets andere manier, door ze samen te nemen in een percentage dat laat zien of de reële lonen (CAO minus prijsstijgingen) er in beginsel op vooruit of op achteruit gaan.


De grafiek start bij 2009, op het moment van de crisis, toen kort daarvoor de CAO-afspraken nog in jubelstemming tot stand waren gekomen. De domper kwam daarna en duurde tot 2014. De top van 2016 lag net onder die van 2009 en nadien zakte het weer in. Eind 2019 is de vooruitgang weer verdwenen: een tiende procent negatief.
Uiteraard gaat het hier niet over alle Nederlanders, maar alleen over de werknemers die onder een CAO vallen. De werknemers zonder CAO en de zelfstandigen vallen erbuiten.
De grafiek wordt interessanter als we ook die erbij betrekken. Dat relativeert de bovenstaande grafiek van de CAO-lonen enigszins; die ziet er wel tamelijk spectaculair uit, maar dat ligt voornamelijk aan de schaalgrootte. Daarom heb ik dezelfde cijfers in onderstaande grafiek gecombineerd met de inkomensmutaties van de zelfstandigen (met en zonder personeel). We zien dat de inkomens van de zelfstandigen heftiger verloopt dan die van de werknemers. Ze reageren veel directer op de economische ontwikkelingen en ze vertonen hogere pieken en diepere dalen.


De ontwikkeling van de reële CAO-lonen is in vergelijking tot de inkomens van de zelfstandigen tamelijk gelijkmatig. Die van de zelfstandigen dansen eromheen. Beide curves eindigen in neerwaartse richting. Het valt te bezien of die trend zich in dit nieuwe jaar gaat voortzetten of dat we wellicht een positieve wending te zien krijgen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten