donderdag 26 december 2019

Vergrijzingsstudie CPB; wat als we (weer) niets (nieuws) doen?


Eens in de vier à vijf jaar publiceert het CPB een zogenaamde 'vergrijzingsstudie'. Wij Nederlanders maken er namelijk een gewoonte van om steeds langer te leven. En dat is duur, zowel voor onszelf als voor de overheid, die daardoor steeds meer geld kwijt is aan AOW-uitkeringen. Ook de zorgkosten nemen door de vergrijzing toe, want ouderdom komt met gebreken. Die gebreken moeten zo lang mogelijk behandeld worden, want zoals bekend mogen we van onze overheid niet zomaar zelf bepalen wanneer we dood gaan, maar dat terzijde.

Dat het Centraal Planbureau met deze studie komt is heel nuttig, want daardoor kan de overheid tijdig op de kostenstijging inspelen. In principe kan dat op twee manieren, namelijk door de uitgaven te beperken en/of door de inkomsten te verhogen. De overheid doet meestal beide.
Het CPB geeft opties aan, maar maakt geen keuzes, dat is de taak van de politiek. Bij alle rapportages van het Planbureau is dat het geval. Anders dan zijn naam doet vermoeden komt het CPB nooit met een plan. Soms is dat maar goed ook, want als het bijvoorbeeld gaat om werkgelegenheidsbeleid blijft het CPB hardnekkig vasthouden aan zijn bekende misvatting dat verlaging van de uitkeringen automatisch leidt tot meer banen. Ook in dit rapport blijkt dat: "Door de lagere uitkeringen bieden meer mensen zich aan op de arbeidsmarkt en stijgt de werkgelegenheid met 0,6%."
En we hadden ze een paar jaar geleden nog zo goed -met cijfers onderbouwd- uitgelegd dat niet de werkgelegenheid de arbeidsparticipatie volgt, maar dat het precies andersom is.

Ook aan de andere kant van het verhaal, een eventuele verhoging van de (belasting-)inkomsten van de overheid, geeft het CPB blijk van hardnekkigheid. Er zijn volgens het CPB maar twee mogelijkheden: verhoging van de BTW of verhoging van de loon- en inkomstenbelasting. Dat heeft economisch gezien een remmende werking want, schrijft het CBP: "In beide varianten zijn de uiteindelijke opbrengsten kleiner dan het initiële effect, omdat huishoudens door de hogere lasten minder zullen consumeren en zich minder zullen aanbieden op de arbeidsmarkt."
Het CPB durft niet te denken aan andere, nu nog niet bestaande varianten van belastingheffing. Of aan het meer en efficiënter heffen van belasting op vermogen. In het rapport wordt dan ook wèl gewag gemaakt van effecten op de inkomensongelijkheid via ons brave Nederlandse rapportcijfer van de zogenaamde 'gini-coëfficient', maar over onze extreme vermogensongelijkheid geen woord.
Alles wat het CPB schrijft is gebaseerd op ons huidige stelsel. Wezenlijke wijzigingen aan dat stelsel worden niet besproken, alleen wijziging van tarieven en andere grootheden binnen dat stelsel. Nee, voor 'out of the box' denken moeten we het niet hebben van het CPB.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten