vrijdag 24 februari 2017

Over CPB Banenprognoses en de prijs van hersenoperaties

De verkiezingen komen eraan en dus doen politieke partijen hun best om ons te overtuigen dat zij -en zij alleen- het beste plan hebben voor het land. Nu gaat het zoals u weet in de politiek slechts om twee dingen: de krant van gisteren en de economie. Het eerste is niet te vangen in een verkiezingsprogramma, dus draait het in de vergelijkingen om het tweede, de economie.
Het is daarbij traditie dat partijen hun verkiezingsprogramma laten doorrekenen door het CPB en juist dat stond vorig jaar nogal ter discussie, omdat met name de banenprognoses van het CPB op buitengewoon discutabele aannames zijn gebaseerd. Meerdere partijen zeiden daarom te overwegen om hun programma dit keer niet voor doorrekening aan te bieden, maar die trokken toen het erop aan kwam hun keutel weer in. Terecht vind ik, want beter een slechte doorrekening dan geen doorrekening, mits natuurlijk ieder programma op dezelfde manier wordt getoetst en dat is het geval.

Niettemin blijft er kritiek, onder andere verwoord in een opiniestuk in de NRC door de nummer tien op de lijst van de Partij voor de Dieren, Ewald Engelen, in het dagelijks leven hoogleraar financiĆ«le geografie. Engelen noemde een prognose van de cijfers voor 2060 "je reinste flauwekul" en citeerde nobelprijswinnaar economie Friedrich Hayek, die de aanmatigende houding van zijn beroepsgenoten typeerde als de ‘pretentie van kennis’ als het ging om het voorspellen van de toekomst. "De economische werkelijkheid is per definitie te ingewikkeld om voorspeld te kunnen worden", aldus Hayek. Ik kan het er alleen maar van harte mee eens zijn.

Behalve op dit aspect richtte de kritiek van Ewald Engelen zich ook op de zijns inziens politiek geladen ideologie achter de CPB berekeningen. Engelen schrijft: "Wil je als partij goed uit de verf komen dan weet je wat je moet doen: meer flexibilisering van de arbeidsmarkt, hogere pensioengerechtigde leeftijd en lagere uitkeringen. Doe je het tegenovergestelde, dan word je daar genadeloos voor afgestraft."
Engelen kreeg daarop kritiek in diezelfde NRC van de chef van de economieredactie Marike Stellinga. Zij wees erop dat niemand door het CPB was afgestraft, omdat alle politieke programma's, van links tot rechts en zeer verschillend van inhoud, bij het CPB goed hadden gescoord. Vandaar de titel boven haar stuk: "Wat nou, neoliberale doorrekening?"
Zo kun je het zien, maar het zou ook kunnen dat de partijen de ideologie van het CPB beter zijn gaan begrijpen en inmiddels geleerd hebben om hun programma, over links of over rechts (zeggen die termen nog iets?) naar het resultaat toe te schrijven.
Stellinga verwees naar de CPB ideologie en omschreef die -waar het de banen betreft- als volgt: "De strengere sociale zekerheid zorgt ervoor dat meer mensen een baan zoeken, maar die vinden ze niet meteen. Dat hogere arbeidsaanbod zet druk op de lonen. Dat verleidt werkgevers ertoe meer mensen aan te nemen. Uiteindelijk stijgen de lonen weer. Dit proces kan jaren duren."

Dat laatste, dat het "jaren kan duren" voordat de voorspelde effecten zullen optreden, is inderdaad wat het CPB ons telkens voorhoudt. Meer dan een loze bewering is dat niet, want we zullen het per definitie nooit weten. Zie de boven aangehaalde quote van Hayek. In verdenk de voorspellers-op-de-lange-termijn er zelfs van dat ze met opzet kiezen voor die lange termijn om hun prognoses oncontroleerbaar en dus immuun voor kritiek te maken.

Ik ga maar even voorbij aan het cynische eufemisme "strengere sociale zekerheid" voor het simpelweg korten van sociale uitkeringen en richt me op de inhoud. Laten we de banen-ideologie van het CPB liever eens preciezer bekijken op consistentie.
In onze sociale zekerheid heeft iedereen die kan werken een sollicitatieplicht. Hoezo leidt het korten op de uitkeringen dan tot meer werkzoekenden? Of zitten Stellinga en het CPB op de lijn van werkgeversvoorzitter Hans de Boer, die uitkeringsgerechtigden aanduidde met de term "labbekakken"?

En dan natuurlijk het hardnekkig door het CPB bereden stokpaardje dat stijging van het aantal werkzoekenden automatisch leidt tot meer werk. Op de niet-controleerbare lange termijn uiteraard. Er wordt nu een soort van poging gedaan om dat mechanisme te verklaren, maar de verklaring deugt niet. Die komt er namelijk op neer dat er meer hersenoperaties plaats zullen vinden als de prijs daarvan een ietsje daalt.

Ziet u het al: "Zeg Henk, de hersenoperaties zijn in de aanbieding, ik neem er ook een".

Ondernemers scheppen geen banen omdat de lonen laag blijven, ze doen dat alleen als ze voor de productiestijging die zo'n extra baan oplevert afzet menen te kunnen vinden in de markt. En die afzetmogelijkheden zijn nogal afhankelijk van de koopkrachtige vraag. Vanwege de lage lonen hebben we te maken met een achterblijvende koopkrachtige vraag en dus met stagnatie bij de consumptieve bestedingen. Daarom wordt door sommige deskundigen, zoals de president van de Nederlandse Bank, al jaren gepleit voor juist hogere lonen.
De lonen blijven laag, onder andere door de hoge werkloosheid, maar veel meer door concurrentie met buitenlands arbeidsaanbod en door concurrentie met technologie die menselijke arbeid vervangt door machinearbeid. De arbeidsinkomensquote (het deel van de bedrijfsopbrengst dat besteed wordt aan de beloning van de factor arbeid) daalt al decennialang.
De stelling van Stellinga (casu quo het CPB) dat "uiteindelijk" de lonen weer zullen stijgen is niet meer dan wensdenken. Om het zo vriendelijk mogelijk te zeggen. Overigens had Stellinga met de titel van haar stuk natuurlijk wel een punt, de doorrekeningen van het CPB kun je in alle redelijkheid niet neoliberaal noemen.
Ze zijn namelijk noch "neo", noch "liberaal", hoogstens ouderwets en star dogmatisch.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten