woensdag 14 december 2016

Selectieve euforie

Het CPB kwam gisteren met nieuwe cijfers, via een persbericht 'Kortetermijnraming 2016' die er door de bank genomen prima uitzien. Zeker wat de overheidsfinanciën betreft, want het begrotingstekort waar we lange tijd mee hebben geworsteld is weggewerkt en de staatsschuld is ook gedaald, tot net onder de Europse norm van 60% van het BBP. Daar mogen we best blij mee zijn (mits we blijven beseffen welke bezuinigingen op de collectieve voorzieningen daar tegenover hebben gestaan).
Ook de economische parameters staan er niet slecht bij, maar daar zijn een paar kantekeningen bij te maken. Dat is een aantal andere toeschouwers ontgaan.

Zo is daar allereerst Hans de Boer, u weet wel, de voorman en roeptoeter van VNO/NCW, die medio vorig jaar in de Volkskrant liet optekenen dat de bijstandsuitkeringen omlaag moesten, want dan zouden die 'labbekakken' wel aan het werk gaan. Nou die Hans de Boer zei vandaag in de Telegraaf “dat we onderweg zijn naar volledige werkgelegenheid". Hij ziet ondanks de honderdduizenden werkzoekenden al schaarste op de arbeidsmarkt. De Boer: “Er zijn alweer moeilijk vervulbare vacatures”. Welke en waar, dat zei hij er uiteraard niet bij.

Zoals we weten is het begrip 'werkloosheid' gedefinieerd als het verschil tussen het aantal mensen dat wil werken en het aantal mensen dat betaald werk verricht. We moeten dus eigenlijk nooit over werkloosheid praten zonder de omvang van de beroepsbevolking erbij te betrekken. 
Als we op die manier de ontwikkeling richting 'schaarste' op de arbeidsmarkt in beeld brengen, dan ziet die er als volgt uit.
Volledige werkgelegenheid zou betekenen dat de rode lijn van de werkenden samenvalt met de groene lijn van de werkwilligen.
Het is volstrekt duidelijk dat we daar nog ver -héél ver- van verwijderd zijn, al het gejubel van Hans de Boer ten spijt.



Waar bijna nooit over gesproken wordt, of hoogstens in verkeerde termen, is de werkgelegenheid. Daaronder verstaan we het aantal feitelijk gewerkte uren. Dat is een hard gegeven, in tegenstelling tot softe grootheden als het aantal werkenden of het aantal banen. Met slechts één betaald gewerkt uur per week is men tegenwoordig al een 'werkende' en heeft men een 'baan'.


En dan nog moeten we niet zomaar kijken naar het aantal feitelijk gewerkte uren, maar dat aantal afzetten tegen de omvang van de bevolking. Dat we het nominale bedrag van het BBP moeten corrigeren voor inflatie begrijpt iedereen, maar dat we ook de werkgelegenheid moeten corrigeren voor de groei van de bevolking schijnt veel moeilijker te begrijpen te zijn.
Als we de werkgelegenheid aldus gedefinieerd weergeven in een grafiek (donkerblauwe lijn), dan blijkt dat de échte werkgelegenheid, uitgedrukt in feitelijk gewerkte uren per hoofd van de bevolking, een minder spectaculair verloop heeft dan gedacht.  


Het Financieel Dagblad jubelde zo mogelijk nog uitbundiger dan Hans de Boer, met de kop: “Het is hoogconjunctuur in Nederland”. Ook het FD heeft daarbij het oog op de arbeidsmarkt en zegt dat bij deze ontwikkeling eind 2017 “het punt in zicht begint te komen dat spanningen op de arbeidsmarkt manifest worden”. Het FD wijst erop “dat de loonkosten per uur aan het stijgen zijn, van een plusje van 0,2% vorig jaar naar 2,2% dit jaar en 2,6% in 2017. Ook dat is goed voor de koopkracht”.

Dat laatste is nog maar de vraag, zoals het FD zelf ook had kunnen afleiden uit de cijfers van het CPB. Weliswaar stijgt de loonvoet in 2017 meer dan in 2016, maar dat is niet precies hetzelfde als “de loonkosten”, waar het FD over schrijft.

Volgens het CPB stijgt ook het contractloon in de marktsector in 2017, maar niet meer dan in 2016. En, wat belangrijker is, de koopkracht van de huishoudens gaat veel minder omhoog en blijft zelfs achter bij de inflatie!
Wat we ook zien is dat de arbeidsproductiviteit volgens het CPB in 2017 meer gaat stijgen dan in 2016 en dat de productiestijging daartegenover hetzelfde blijft. Dat betekent dat in 2017 weer meer menselijke arbeid vervangen gaat worden door technologie. We zien dat uiteraard ook terug in het stijgingspercentage van de werkgelegenheid, dat in 2017 lager zal zijn dan in 2016.


Begrijp me niet verkeerd, er is zeker reden voor optimisme als we de cijfers en de prognoses van het CPB bezien, maar de enorme euforie waaraan VNO en FD kennelijk ten prooi zijn gevallen mogen we op zijn minst voorbarig noemen. En selectief.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten