zaterdag 26 november 2016

Over globalisering en de geschiedenis van ons wasgoed

Hier in Frankrijk kun je ze nog aantreffen in heel veel oude dorpskernen: de gemeenschappelijke wasplaatsen. Grote stenen basins met een dak erboven, waar continu water doorheen stroomt. Ze hebben nu geen functie meer, maar worden in stand gehouden als historisch monument. Als getuigen van een tijd, waarin de mensen thuis nog niet beschikten over stromend water. Dat betekende dat het wassen van kleding en beddegoed buitenshuis moest gebeuren, op de gemeenschappelijke wasplaats. Men bracht het wasgoed naar het water in plaats van andersom. En vervolgens moest het ook nog eens met de hand gewassen worden. Zeer arbeidsintensief allemaal.
Dat verbeterde toen de mensen thuis kwamen te beschikken over stromend water. De gemeenschappelijke wasplaats verloor zijn functie maar wassen bleef zwaar en tijdrovend werk. Men gebruikte hulpmiddelen als wasborden, wastobbes en wringers, maar zwaar bleef het.
Dat veranderde toen er nieuwe gemeenschappelijke wasplaatsen kwamen, in de vorm van wasserettes. Een soort winkels waar je weer met je wasgoed naartoe kon gaan om het daar te wassen. Nu niet meer met de hand, maar in enorme wasautomaten. Zeep en een muntje erin en het kwam voor elkaar. Iets later kwamen daar ook nog wasdrogers bij. Een kind kon -letterlijk- de was doen. Vrijwel al die wasserettes zijn weer verdwenen, want inmiddels zijn die apparaten zoveel kleiner, beter èn goedkoper geworden, dat we er allemaal zelf een aan kunnen schaffen. Onze was is voor de tweede keer -en nu defintief- 'thuisgekomen'.

Dit verhaal over ons wasgoed geeft inzicht in een fenomeen dat veel besproken en vaak slecht begrepen wordt: de zogenaamde 'globalisering'. We brachten vroeger ons wasgoed natuurlijk niet naar het buitenland, maar als dat makkelijker of goedkoper was geweest hadden we het gedaan. Grenzen doen er op zich niet toe, het gaat om efficientie en kosten.
Bedrijven die hun goederen produceren in lagelonenlanden maar hun eindproduct vooral verkopen in landen waar de consumenten een hoger loon (lees koopkracht) hebben, die doen dat niet sec vanwege die lage arbeidskosten, maar op basis van een kostenberekening over de hele productieketen. Het gaat er niet om dat de lonen elders lager zijn, maar het gaat om het verschil tussen de lonen op de productieplek en die op de verkoopplek onder aftrek van de vervoerskosten.
Het is natuurlijk het meest efficient om goederen en diensten te produceren vlak bij de consument, maar als we ze elders zo goedkoop kunnen produceren dat de extra vervoerskosten wegvallen tegen de meeropbrengst dan doen we dat. Dit verschijnsel zijn we, althans indien het grensoverschrijdend gebeurde, 'globalisering' gaan noemen.

We waren een tijdlang bang dat deze globalisering alsmaar door zou gaan, maar dat blijkt nu mee te vallen. En de achtergronden daarvan zijn te begrijpen.
-Door technologische innovatie kan steeds meer menselijke arbeid worden overgenomen door machines en die machines worden -net als destijds de wasautomaten- steeds beter en goedloper.
-De lonen in de lagelonenlanden dalen niet, ze stijgen. Vooral in China zien we daarvan het effect.
-En de vervoerskosten dalen ook niet meer. Zonder spectaculaire nieuwe technologie die we ons nu nog niet kunnen voorstellen lijken de vervoerskosten hun laagste niveau wel bereikt te hebben.

Dit alles leidt ertoe dat de globalisering op het gebied van de productie van goederen niet verder toeneemt. Die van diensten nog wel, maar ook daar zal er een grens worden bereikt. Want uiteindelijk willen we alles wat we nodig hebben aan goederen en diensten onder handbereik hebben. Bij voorkeur door ze zelf thuis (door een machine) te (laten) produceren.

Niet een kind, maar een robot moet de was kunnen doen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten