vrijdag 2 september 2016

Waarom het weer verlagen van de AOW-leeftijd een beroerd idee is. En (verdere) verhoging ervan trouwens ook

In vervolg op onze post van gisteren toch nog even een paar overwegingen ten aanzien van een eventuele verlaging van de AOW-leeftijd, terug naar 65 jaar. Niet alleen de politieke partijen 50Plus en SP pleiten daarvoor, maar ook Wilders.

Een eerste argument tegen hun voorstel is, dat AOW en pensioenopbouw in het algemeen, een langetermijn aangelegenheid is en dat ook hoort te zijn. Mensen moeten erop kunnen vertrouwen en er hun langjarige financiële planning op kunnen afstemmen. De AOW-leeftijd mag dus geen politieke speelbal worden, die al naar gelang de waan van de dag verhoogd of verlaagd wordt. Daarbij komt dat ook de uitvoeringsproblematiek bij zo'n wijziging zeer aanzienlijk is. Krol, Roemer en Wilders zouden er dus vanaf moeten blijven. Laten we het inmiddels ingeslagen pad naar een AOW-leeftijd van 67 jaar maar netjes afmaken.

Sommigen pleiten ervoor om de AOW-leeftijd in de toekomst nog verder te verhogen, indien een toename van de gemiddelde levensverwachting daartoe aanleiding geeft. Klinkt heel logisch, maar is het dat ook?
Dat hangt ervan af. Het impliciete -en soms ook expliciete- argument is, dat we nu eenmaal langer leven en dus (?) ook langer kunnen en moeten werken voordat we van een staatspensioen mogen gaan genieten. Ook al omdat vanwege de vergrijzing een steeds kleiner deel van de bevolking het geld moet verdienen voor een steeds groter percentage gepensioneerden.
Het argument steunt dus -naast de toegenomen levensverwachting- op een tweede pijler, namelijk dat er voldoende werk is voor 65-plussers. En dat er ook in de toekomst voldoende werk zal zijn. Dàt nu, is zeer twijfelachtig. Er zijn goede redenen om aan te nemen van niet.
Iedereen kan inzien dat als straks vrijwel iedereen boven de 65 jaar werkloos is, een (verdere) verhoging van de AOW-leeftijd weinig zin heeft. Het is dan slechts een bezuinigingsmaatregel.
Want zolang er 65-plussers zijn die geen aanspraak maken op een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld omdat ze door hun partner worden onderhouden, levert verhoging van de AOW-leeftijd inderdaad een kostenbesparing op.
Maar zolang er ook nog werkende 65-plussers zijn, moeten we ons realiseren dat zij een arbeidsplaats bezet houden waarop een jongere werkloze geplaatst zou kunnen worden. De uitkeringskosten van die jongere werkloze doen uiteraard een deel van de bezuiniging weer teniet.

Als het gerommel met de AOW-leeftijd één ding duidelijk maakt, dan is het dat er bij de politiek een ernstig gebrek is aan een integrale visie op onze sociaal-economische toekomst. Politici (en overigens ook de meeste economen) blijven nog steeds ontkennen dat de huidige economische stagnatie structurele oorzaken heeft. Men blijft dus ook proberen om met incidentele maatregelen de economie impulsen te geven, in de hoop dat die zich dan vanzelf herstelt en ineens weer heel veel nieuwe werkgelegenheid gaat scheppen. Zo blijven we maar denken dat ervaringen uit het verleden een garantie zijn voor de toekomst.

Een goede oplossing van een probleem -ieder probleem- begint bij een juiste analyse van de oorzaken. En daar ontbreekt het nog steeds aan.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten