donderdag 1 september 2016

NRC checkt, maar -soms- verkeerd

In een medialandschap waar het steeds meer gaat om meningen en steeds minder om feiten, kunnen we het niet genoeg waarderen als bepaalde media hun best doen om beweringen te controleren op hun waarheidsgehalte. Dat gebeurt niet al te veel, maar de NRC is een gunstige uitzondering, met zijn rubriek “NRC checkt”. Toch kan ook die de plank misslaan, zoals eergisteren is gebleken.

De NRC checkte een stelling uit het verkiezingsprogramma van 50Plus die luidt:
De verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 is een farce. Want met die verhoging steeg ook meteen het aantal werklozen.”
De factcheckers van de NRC beoordeelden de stelling als onwaar, met als motivering:
De verhoging van de AOW-leeftijd tot nu toe - tot 65 jaar en 6 maanden op dit moment – heeft niet geleid tot hogere werkloosheid. Het aantal werklozen steeg in 2013 weliswaar van 631.000 tot 721.000 maar begon daarna weer te dalen, tot 550.000 nu.”

Nu is werkloosheid een lastig te hanteren begrip. Het gaat daarbij eigenlijk om twee variabelen, die van elkaar afgetrokken worden. Beroepsbevolking minus het aantal werkenden is de werkloosheid.
Van het begrip werkloosheid bestaan bovendien diverse definities en met die definities is de afgelopen jaren nogal geschoven. Voorheen gold men (o.a. bij het CBS) nog steeds als werkloos (of beter: werkzoekend) indien men voor minder dan 12 uur per week betaald werk verrichtte en actief zocht naar meer. Nu is iedereen met betaald werk, hoe gering in urental ook, al direct geen werkloze meer. Maar dat terzijde.

Hoewel de stelling volgens de NRC dus onwaar is, blijkt er ten minste één categorie 65 plussers waarvoor de stelling wel degelijk waar is.
Dat zijn de mensen in de bijstand die de 65-jarige leeftijd bereiken. Voorheen ging deze groep uit de bijstand en daarmee ook uit het werkzoekendenbestand, omdat ze via de AOW in hun eigen eigen levensonderhoud konden voorzien en niet meer naar werk hoefden te zoeken. Uitstel van AOW betekent dan ook verlenging van de bijstand en dus verlenging van de werkloosheid. Er blijven dan dus mensen werkloos die dat in de oude regeling niet zouden zijn geweest.
Zie het persbericht van het CBS van 31 augustus 2016. Het CBS meldt daarin dat het aantal bijstandsgerechtigden in het 2e kwartaal van 2016 opnieuw is gestegen en wijst daarvoor verschillende oorzaken aan. Een daarvan luidt:
Een andere oorzaak van de stijging is de verhoging van de AOW-gerechtigde leeftijd. In 2016 is de leeftijdsgrens met drie maanden verhoogd tot 65 jaar en 6 maanden. Daardoor wordt de uitstroom uit de bijstand naar de AOW voor een aantal 65-plussers uitgesteld.”

50Plus beweert niet dat élke persoon die later dan voorheen recht krijgt op AOW een extra werkloze oplevert, dus eigenlijk moet de stelling op grond van het bovenstaande alreeds als waar worden beoordeeld, maar laten we even verder kijken en ook de argumentatie van NRC en CPB erbij halen.

Hoewel de stelling van 50Plus niet heel scherp is geformuleerd, is de interpretatie die de NRC ervan geeft mijns inziens onjuist. Men beweert helemaal niet dat het totale werkloosheidscijfer door de verhoging van de AOW leeftijd is gestegen, dat maakt de NRC ervan. De stelling zegt slechts, net als het CBS, dat door de verhoging van de AOW-leeftijd er mensen werkloos blijven, die dat onder de oude regeling niet (meer) zouden zijn geweest. Bij gelijkblijvende overige factoren zou dat tot een hoger werkloosheidscijfer leiden, maar die overige factoren blijven uiteraard niet gelijk!

Het algehele werkloosheidscijfer is de resultante van allerlei bewegingen op de arbeidsmarkt, zowel aan de aanbodkant als aan de vraagkant. Door sommige oorzaken komen er werkzoekenden bij (faillissementen, technologische innovatie, mensen die afstuderen) en door andere oorzaken gaan er werkzoekenden uit het bestand (nieuwe banen, mensen die met pensioen gaan, 'discouraged workers'). De resultante is het getal van ruim een half miljoen werkzoekenden.
Ik zie niet hoe iemand een specifiek verband zou kunnen leggen tussen de beperkte maatregel in de AOW en de verandering van het geaggregeerde totaal. Als de NRC per se deze interpretatie van de stelling wil hanteren, had de conclusie moeten zijn: niet te checken.

Ronduit genant wordt het, zodra de visie wordt gevraagd van het CPB.
De NRC geeft het standpunt van het CPB correct weer als men schrijft dat het: “in de economische theorie precies andersom (is): meer arbeidsaanbod levert meer banen op”.
Ik betwijfel of dit inderdaad “de” economische theorie is, maar het is in elk geval het axioma waar het CPB hardnekkig aan vasthoudt, hoewel er, om de woorden van de heer Van Vuuren maar eens tegen hem te gebruiken, geen enkel empirisch bewijs is voor het door hem veronderstelde causale effect dat een een hoger percentage werkzoekenden leidt tot toename van de werkgelegenheid.
De cijfers wijzen eerder op het tegenovergestelde, zoals ik in mijn artikel van 19 januari 2016 op het economenforum MeJudice heb laten zien.

Het is met name vanwege dit axioma dat er bij de politieke partijen zo weinig animo is om hun verkiezingsprogramma's nog langer door het CPB te laten doorrekenen, onder andere op het baneneffect. Want we kennen het nu wel: Wie het hardste zegt te gaan snijden in de uitkeringen en in fiscale voordelen voor zwakke groepen, die scoort de hoogste banenprognoses. Volgens het CPB dan.

Overigens had de NRC sowieso het CPB-axioma in dit geval niet mogen toepassen, want volgens het CPB zelf mogen we het baneneffect pas op de lange termijn verwachten. De AOW-maatregel is veel te vers om nu al een effect te sorteren op de werkgelegenheid. Het CPB wenst overigens niet aan te geven wat we moeten verstaan onder “lange termijn”, dus hun axioma blijft daarmee veilig in de categorie “niet te checken”.
Zoals het hoort met axioma's.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten