dinsdag 17 mei 2016

Over de afnemende werkzaamheid van politieke eufemismen

Het is met politiek jargon net als bij andere verdovende middelen: als je ze te veel of te lang gebruikt, dan werken ze op den duur niet meer.
De gebruiker raakt er wel aan verslaafd, dus als een middel zijn effect verliest, moet er iets nieuws worden gevonden.
De worsteling om de overheidsbegroting sluitend te krijgen is van alle tijden. Vroeger zeiden politici in dat kader nog wel eens dat ze wilden “korten” op de uitkeringen. Dat was veel te duidelijk, dus “korten” veranderde al snel in “bezuinigen”. Maar ook dat was te duidelijk, dus we gingen spreken over “ombuigen”. Die term is wat langer in gebruik geweest. Logisch, want het was een briljante vondst. Als er “omgebogen” wordt, krijgt de burger namelijk de indruk dat het geld op de ene plek wordt weggenomen om elders te worden besteed aan een ander, zo mogelijk nog nuttiger doel. Welk doel dat was bleef doorgaans onduidelijk, dus ook dat “ombuigen” werd op den duur door de burgers herkend als gewoon een nieuwe variant van het aloude “korten” en “bezuinigen”. Daarom hebben politici en andere beleidsmakers het inmiddels ook niet meer over “ombuigen”, maar liever over “hervormen” of “moderniseren” als ze de verdere afbraak van de verzorgingsstaat willen camoufleren.
Maar ook deze recente begrippen zullen natuurlijk op enig moment hun uiterste houdbaarheidsdatum hebben bereikt. Geen nood, het nieuwe politieke eufemisme voor verdere verslechtering is er al. Het is ontwikkeld in het laboratorium van het Centraal Planbureau en het heet “verbeteren”.

Het CPB heeft zich gebogen over de problemen van oudere langdurig werklozen en draagt daar in zijn notitie “Langdurige werkloosheid: afwachten en hervormen” oplossingen voor aan.
Het huidige pakket van beleidsmaatregelen – dat grotendeels is gericht op lagere loonkosten – is onvoldoende effectief om oudere werklozen weer aan een baan te helpen. Meer fundamentele herzieningen – zoals een werkloosheidsuitkering die daalt met de werkloosheidsduur, ontslagbescherming die minder afhangt van de lengte van het arbeidscontract en minder leeftijdsafhankelijke arrangementen in cao’s – zijn noodzakelijk om de positie van oudere werklozen duurzaam te verbeteren.”

Merk allereerst op dat het CPB pretendeert dat met zijn voorstellen de oudere werklozen aan een baan kunnen worden geholpen. Waar die banen vandaan komen? Heel eenvoudig. In de visie van het CPB ontstaan er automatisch meer banen als mensen meer of harder daarnaar zoeken (zie onze blogpost van 22 januari 2016). Niemand kan zich voorstellen waarom een werkgever extra banen zou creëren als er meer sollicitanten komen, maar de economen van het CPB geloven er heilig in. Oudere werklozen hoeven dus alleen maar gestimuleerd te worden om aan het werk te gaan, want er is per definitie werk genoeg. Hoe moet je werklozen stimuleren? Door ze (op zijn minst een deel van) hun uitkering af te pakken. Blijkbaar is een terugval in inkomen van tientallen procenten en controle op naleving van de sollicitatieplicht onvoldoende om werklozen te doen zoeken naar een baan.

Merk ook op dat het CPB zich in zijn advies niet beperkt tot het korten op de werkloosheidsuitkeringen. Ouderen die nog wèl een baan hebben moeten gemakkelijker ontslagen kunnen worden. En extra verlofdagen en andere “leeftijdsafhankelijke arrangementen in cao's” moeten vervallen.

Dit zijn voor de (al of niet werkloze) oudere stuk voor stuk verslechteringen, maar ze zijn volgens de technocraten van het CPB “noodzakelijk om de positie van oudere werklozen duurzaam te verbeteren.” Cynisme ten top!

Omdat er volgens het CPB een onbegrensde hoeveelheid banen beschikbaar is (voor wie er hard genoeg naar zoekt) kan het CPB net doen alsof een oudere op een vacature kan worden benoemd zonder dat daarmee een andere, jongere sollicitant werkloos blijft. Verdringing bestaat niet, toch?

Overigens zou men best kunnen betogen dat het sociale probleem van het werkloos zijn onevenredig is verdeeld. Dat geldt dan natuurlijk niet alleen voor ouderen, maar ook voor andere kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt, zoals vrouwen, allochtonen en gehandicapten. Maar dat is een heel andere discussie en niet primair een economische. En het is zeker niet de invalshoek van het CPB.

Wij na-oorlogse burgers zijn opgegroeid met de belofte dat we het beter zouden krijgen dan onze ouders en dat onze kinderen het beter zouden krijgen dan wij. Intussen is wel duidelijk geworden dat die belofte niet langer wordt waargemaakt en dat is op zich al moeilijk te verteren.
Maar dat politici en beleidsmakers de verslechteringen van de welvaarts- en verzorgingsstaat proberen te verkopen als “verbeteringen”, dàt is pas echt onverdraaglijk!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten