donderdag 25 februari 2016

Optimistische werkgelegenheidscijfers over 2015

Het CBS heeft in zijn persbericht van 23 februari 2016 de werkloosheidscijfers van de grote steden met elkaar vergeleken. In Amsterdam bleek het werkloosheidspercentage het sterkst gedaald en Utrecht bleek het hoogste percentage werkenden te hebben. Aardig om te weten, maar meer niet.

Op ons blog besteden we weinig aandacht aan werkloosheidspercentages. Die zeggen namelijk niet zoveel, omdat ze geënt zijn op het cijfer van de beroepsbevolking en niet op dat van de totale bevolking. De omvang van de beroepsbevolking is nauwelijks een economische grootheid te noemen. Het is in feite een sociale grootheid. Het telt degenen die willen werken en dat kan variëren. Zie onze eerdere post over de 'schokdemper' functie van de arbeidsparticipatie.
Ook de definitie van “werkend” wil nogal eens verschillen in de berichtgeving. De ene keer hebben we het over mensen die minstens 12 uur per week betaald werk verrichten en de andere keer tellen we iedereen mee die betaald werk doet, ongeacht het aantal uren.
Wie even niet oplet zit zo al snel appels met peren te vergelijken.

Toch is een gegeven als de “netto arbeidsparticipatie”, waar het CBS in zijn persbericht over spreekt, voor de nationale economie wel degelijk relevant. Maar dan met name als we de landelijke trend bekijken over een iets langere periode en mits we het aantal werkenden vergelijken met het harde demografische gegeven van de totale relevante bevolking (15 tot 75 jaar) en niet met de softe sociale grootheid “beroepsbevolking”.
We tonen de cijfers van het CBS over het aantal werkenden als percentage van de relevante bevolking in onderstaande grafiek.


De optimistische geluiden over de werkgelegenheid, zoals die al sinds medio vorig jaar klinken, lijken te worden bewaarheid. Na zes opeenvolgende jaren van dalende werkgelegenheid is het percentage werkenden in 2015 inderdaad gestegen. Niet spectaculair, want de stijging ten opzichte van 2014 brengt ons nog niet eens terug op het niveau van 2013, laat staan op het niveau van het topjaar 2008.




Omdat iedereen met betaald werk wordt meegeteld, ongeacht het aantal uren, moeten we nog steeds voorzichtig zijn. Zelf zien we maar één cijfer als een betrouwbare maat voor de werkgelegenheid. Dat is het arbeidsvolume, ofwel het aantal daadwerkelijk gerealiseerde arbeidsjaren, per duizend inwoners.
Dat cijfer heeft het CBS over 2015 nog niet beschikbaar. Maar als er geen gekke dingen aan de hand zijn, mogen we ook daar een positief resultaat verwachten. Wordt dus vervolgd.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten