dinsdag 12 januari 2016

Na het zoet(houdertje) komt het zuur

De meeste mensen zijn het allang weer vergeten, maar weet u nog wie er in het zo 'succesvolle' kabinet Balkende I (CDA, LPF, VVD) staatssecretaris was voor “Pensioenen en Arbeidsmarkt”?
Jawel, ene Mark Rutte.
Van dat kabinet komt de fameuze uitspraak: “eerst het zuur en dan het zoet”. Deze uitspraak lijkt iets te willen zeggen over de volgorde waarin politieke beleidsmaatregelen worden getroffen: eerst door de zure appel van pijnlijke bezuinigingen heenbijten, zodat we later daarvan de zoete vruchten zullen plukken.
Door ervaring weten we echter dat deze uitspraak niet zozeer de volgorde, maar veel meer de timing aangeeft van het kabinetsbeleid. Die is simpelweg: vlak voor de verkiezingen het (althans enig) zoet en daarna gewoon terug naar het vertrouwde zuur.
En zo is het ook nu weer. De verkiezingen komen eraan (uiterlijk begin komend jaar) en dus moet het nu beter met ons gaan, al is het maar voor even. Eerst zijn in 2014 de netto besteedbare gezinsinkomens kunstmatig wat opgepompt door ons minder pensioen te laten opbouwen (over pensioenen heeft Rutte tijdens zijn genoemde staatssecretariaat ongetwijfeld nogal wat opgestoken) en vervolgens krijgen veel mensen in 2016 via belastingverlagingen iets extra's in de portemonnee, althans degenen die nog steeds een baan hebben op onze krimpende arbeidsmarkt (ook al een specialiteit van Rutte).
Er is alleen wel een klein probleempje. Het geld dat nodig is om de fiscale zoetjes te betalen hebben we helaas niet; het moet dus worden geleend. Vijf miljard om precies te zijn.
Dat heeft geleid tot het vermoeden dat er snel na 2016 weer bezuinigd zal moeten worden om dit geld terug te halen bij de mensen. Uiteraard nadat die met de zoete smaak nog in de mond, hun stem hebben uitgebracht voor het nieuwe parlement.

Een van degenen die hierover al eerder een waarschuwing lieten horen was Klaas Knot, president van de Nederlandse Bank.
In een intervieuw met de Financiële Telegraaf van december 2015 wees hij erop dat het uitdelen van deze vijf miljard ons begrotingstekort zodanig zal doen oplopen dat een toekomstig kabinet zich wellicht genoodzaakt zal zien om weer verder te gaan bezuinigen, teneinde te kunnen blijven voldoen aan de Europese begrotingsregels.

Deze week zijn het twee economen van de Rabobank, Björn Giesbergen en Maartje Wijffelaars, die waarschuwen voor hetzelfde gevaar.
In een artikel op de economenwebsite Mejudice wijzen zij er terecht op dat het hier om structurele extra uitgaven gaat, die ook nog eens worden ingezet op een moment dat we te maken hebben met dalende inkomsten uit de gaswinning.
Biesbergen en Wijffelaars achten toekomstige bezuinigingen dan ook niet slechts mogelijk, maar zelfs “hoogstwaarschijnlijk”.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten