dinsdag 8 december 2015

De werkgelegenheid gaat weer stijgen, voorspelt het ROA

De werkgelegenheid gaat de komende jaren stijgen met gemiddeld 0,8 procent per jaar. Dat zegt althans het 'Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt' (ROA) van de Universiteit van Maastricht. Dit instituut brengt elke twee jaar een nieuw rapport uit met arbeidsmarktprognoses voor de komende zes jaar, dus ditmaal voor de periode 2015 – 2020.

De prognose van het ROA is in lijn met andere positieve geluiden over economie en arbeidsmarkt die de laatste tijd te horen zijn uit diverse bronnen. Wat dat betreft dus niets bijzonders zou je denken, maar toch is dit geluid een nadere beschouwing waard. Natuurlijk zijn het maar prognoses, geen feiten, maar het ROA is een zeer gezaghebbende club en zijn prognoses worden uitgedrukt in precieze cijfers, tot achter de komma, hetgeen een bepaalde nauwkeurigheid en betrouwbaarheid suggereert.

Wie echter denkt in het ROA rapport de berekening aan te treffen komt bedrogen uit. Er staan alleen uitkomsten in, die ontleend zijn aan het 'Arbeidsmarktinformatiesysteem' (AIS) waar het ROA mee werkt. Dit AIS bevat een 'verzameling van indicatoren voor de actuele arbeidsmarktsituatie en de middellange prognoses'. Als buitenstaanders moeten we het doen met alleen de uitkomsten van de AIS- black-box. Welke indicatoren er precies in zitten en hoe daaruit conclusies kunnen worden getrokken ten aanzien van de werkgelegenheid wordt niet vermeld.

Een paar andere zaken vallen nog op in het rapport.

Hoewel er een uitgebreide lijst is opgenomen van relevante begrippen, ontbreekt daarin nou net de definitie van het veelvuldig gebruikte begrip 'werkgelegenheid'. Het lijkt erop dat het ROA spreekt in termen van 'banen' van minimaal 1 uur per week, of in aantallen werkzame personen.
Wel wordt het begrip 'arbeidsvolume' gedefinieerd, maar dat begrip wordt nergens in het rapport gebruikt.

De prognose van 0,8 procent toename van de werkgelegenheid wordt in het ROA rapport vergeleken met de ontwikkelingen in het verleden.
Dan zou je verwachten dat bij een prognose voor de komende zes jaar gekeken zou zijn naar de afgelopen zes jaar. Maar dat blijkt niet het geval. Het ROA constateert dat over de periode van 1996 – 2014 de werkgelegenheid jaarlijks groeide met gemiddeld 0,9 procent. Daarmee vergeleken is een groei met 0,8 procent in de komende jaren natuurlijk niet bepaald een trendbreuk.
Maar dat gemiddelde van 0,9 procent toename is sterk geflatteerd door de stijging van de werkgelegenheid in de aanloop naar de crises van 2001 en 2008. Door die keuze van het ROA wordt het beeld nogal vertekend. Als we zouden kijken naar de afgelopen zes jaar, dan is er wel degelijk sprake van een trendbreuk, want in de periode 2008 – 2014 daalde juist de werkgelegenheid (volgens onze definitie van gemeten arbeidsjaren per duizend inwoners) gemiddeld met bijna een vol procent per jaar! Waarom die daling nu plotseling gaat omslaan in een stijging, dat verklaart het ROA helaas niet.

Zoals gezegd, het zijn slechts prognoses. Het zou mooi zijn als ze bewaarheid worden.

We zullen het zien, omstreeks februari volgend jaar. Dan zal blijken of de cijfers (die van het CBS) inderdaad een trendbreuk te zien geven.
En dan nog: wij zullen de eersten zijn om te erkennen dat zes achtereenvolgende jaren van afnemende werkgelegenheid geen hard bewijs vormen voor een structurele toename van de technologische werkloosheid.
Maar een opleving van de werkgelegenheid in 2015 is net zo min een bewijs van het tegendeel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten