maandag 29 oktober 2018

#wilwelwatmaarweetookalniethoe: Kate Raworth

Regelmatig zijn er deskundigen, vaak politici en oud-politici, die ons vertellen wat er volgens hen moet gebeuren. Hun bijdrage aan het publieke debat moet althans die indruk wekken. Heel vaak echter, weten ze wel te vertellen welke doelen we zouden moeten nastreven, maar hebben ze blijkbaar geen idee hoe we die doelen kunnen bereiken. Hoe verstandig de doelen ook gekozen mogen zijn, op die manier is hun bijdrage niet meer dan een vorm van wensdenken waarmee we niet veel opschieten. We rangschikken ze daarom onder de hashtag #wilwelwatmaarweetookalniethoe.

Deze keer: Kate Raworth

Wie streeft naar bekendheid bij het grote publiek moet geen econoom worden. En het bereiken van een sterrenstatus is in dat beroep nog veel moeilijker. De uitzonderingen op die regel zijn dan ook schaars. We kennen natuurlijk nobelprijswinnaar Paul Krugman, maar die lijkt zijn bekendheid meer te danken te hebben aan zijn columns in de New York Times dan aan zijn wetenschappelijke werk. En we kennen Thomas Piketty, de Franse econoom die een paar jaar geleden in ruim zevenhonderd pagina's wist uit te leggen dat (en een héél klein beetje waarom) in ons huidige economische bestel de rijken steeds rijker worden. Dat was een dermate nieuwe gedachte dat zijn boeken als warme broodjes over de toonbank gingen.
En nu is er zowaar een nieuwe kandidaat, namelijk de Engelse Oxford-econoom Kate Raworth, wier boek "De Donuteconomie" momenteel de wereld verovert. Raworth begint de sterrenstatus al aardig te benaderen, met een -inderdaad- aansprekend verhaal over de noodzaak om onze economie te positioneren tussen enerzijds de basisbehoeften van de burgers en anderzijds de maximale ecologische draagkracht van onze planeet. Simpel gezegd, als niet wordt voorzien in onze basisbehoeften gaan we naar de bliksem en als we roofbouw blijven plegen op onze planeet ook.
Raworth maakt een grafische voorstelling van dit principe in de vorm van twee concentrische cirkels, waardoor het beeld van een Donut (rond broodje met een gat in het midden) ontstaat.

Dat Raworth alreeds grote bekendheid geniet (maar nog nét niet de top heeft bereikt) blijkt uit het feit dat recent een interview met haar is verschenen in het blad "Maarten", inderdaad, van onze nationale knuffel(brom)beer, emeritus hoogleraar geschiedenis te Utrecht, prof. dr. Maarten van Rossum.
Dit blad komt vier  keer per jaar uit en is wat mij betreft beslist een aanrader. Voor het september-november nummer (2018-3) heeft Alies Pegtel aan Kate Raworth een aantal vragen gesteld over haar boek en de visie erachter. Daarbij gaat het -weinig verrassend- over de negatieve gevolgen van het neo-liberale model op sociaal en ecologisch gebied. En de grenzen die we daarbij genaderd zijn en wellicht zelfs al hebben overschreden.

Maar niet alleen daarover.
Op de vraag of ze verrast was door de enorme respons antwoordde Raworth in alle bescheidenheid dat ze inderdaad erg verrast was, maar dat ze zo'n respons bij nader inzien ook eigenlijk wel heel logisch vond. Vervolgens pakt de interviewster direct door en vraagt Raworth naar de praktische toepasbaarheid van haar Donut. "Met andere woorden, hoe verdonutten we de economie?"
Daarop weet Raworth niets anders te antwoorden dan dat ze het een 'belangwekkende vraag" vindt, maar dat ze nou eenmaal geen politicus of beleidsmaker is. Haar doel is niet om het concreet in te vullen, "dat moeten anderen maar doen".

De grote publieke belangstelling voor dit boek en boeken met fraaie vergezichten in het algemeen, kan ik op zich best begrijpen; grote ideeën kunnen inspireren. Wat mij echter blijft verbazen is de volstrekte desinteresse in praktisch uitvoerbare plannen. Raworth weet blijkbaar ook dat je niet kunt scoren met concrete plannen en schaamt zich dan ook absoluut niet voor de afwezigheid daarvan in haar boek.
Niettemin krijgt ze bij deze een nominatie in de rubriek #wilwelwatmaarweetookalniethoe.

maandag 1 oktober 2018

Het basisinkomen is dood, leve het pseudo-basisinkomen!


Onder een basisinkomen verstonden we ooit een uitkering in geld, door de staat betaald uit de belastingopbrengst, aan iedere legale ingezetene, zonder verdere voorwaarden en voor onbepaalde tijd. Dat idee van een -echt- basisinkomen is dood, niemand meer die er tegenwoordig nog voor pleit.
Nou ja, wij dan, maar verder niemand.

We hadden Rutger Bregman, de historicus/journalist die er een boek over schreef en daarmee veel binnen- en buitenlandse aandacht trok. Zozeer zelfs, dat hij alom met het onderwerp werd vereenzelvigd. Iets waar hij overigens heel weinig bezwaar tegen leek te hebben. Bregman pleit inmiddels niet meer voor een basisinkomen, maar voor een soort voorwaardenluwe bijstandsuitkering, te berekenen en uit te betalen door de fiscus. Hij noemt dat geen basisinkomen, maar "Basiszekerheid".

Ook de Vereniging Basisinkomen, die al meer dan een kwart eeuw pleit voor een -echt- basisinkomen (en dat volgens haar website nog steeds doet) is van het rechte pad afgedwaald. Zo lijkt het althans, als we zien dat de voorzitter enthousiast pleit voor een soort "gezins-basisinkomen".

Dan is er nog de Basisinkomenpartij, die meedeed aan de laatste kamerverkiezingen, in een alliantie met twee andere splinters, in totaal goed voor maar liefst 726 stemmen. Van deze politieke partij, die zich nota bene naar het basisinkomen heeft vernoemd, zou je toch een vurig pleidooi verwachten voor een -echt- basisinkomen, maar ook daar is het begrip verwaterd. De Basisinkomenpartij pleit voor een inkomensafhankelijk "basisinkomen", wat natuurlijk een contradictie is.

Terwijl er dus voor een -echt- basisinkomen nauwelijks of geen pleitbezorgers meer zijn zien we tegelijkertijd een zeldzame hausse aan ideeën en experimenten die met een -echt- basisinkomen weinig tot niets van doen hebben, maar waaraan wel het woord "basisinkomen" wordt verbonden.

We hadden in Groningen een 'experiment' met een 'basisinkomen', waar twee maal een persoon gedurende een jaar 1000 euro per maand kreeg, gefinancierd uit een collecte (zelf noemden de organisatoren het natuurlijk geen collecte, maar 'crowdfunding'). De gulheid van de gevers nam snel af en het is voor zover mij bekend bij twee keer gebleven.

We hebben in diverse gemeenten 'experimenten' met een 'basisinkomen', die simpelweg pogingen zijn om een bepaalde groep bijstandsgerechtigden die kansloos zijn gebleken op de arbeidsmarkt, vrij te stellen van de -voor hen- zinloze sollicitatie-rimram.

We hadden in Finland een 'experiment' met een 'basisinkomen' voor een beperkte selectie van werklozen. Dat 'experiment' is voortijdig beëindigd.

We krijgen in Zwitserland een 'experiment' met een 'basisinkomen', georganiseerd (via een collecte, herstel 'crowdfunding') door een cineaste die er een film over wil maken.

We hebben de nieuwe Italiaanse regering, die zegt een 'basisinkomen' te willen invoeren, waarvan zo ongeveer alle specificaties nog onduidelijk zijn, maar het lijkt ook daar gewoon te gaan om een bijstandsuitkering, inclusief sollicitatieverplichting.

En tenslotte heeft ook de Franse president de wervende potentie van het woord 'basisinkomen' ontdekt. Macron, die tijdens zijn verkiezingscampagne fel stelling nam tégen een -echt- basisinkomen, wil nu een pseudo-basisinkomen invoeren, dat hij "Revenu Universel d'Activité" heeft genoemd. Het is alleen voor behoeftigen en er zijn inspanningsverplichtingen aan verbonden, dus het heeft niets met een -echt- basisinkomen te maken, maar het begrip "Revenu Universel", leent zich in de ogen van Macron blijkbaar wel voor propagandistische doeleinden.
Zijn extreem-linkse politieke opponent Mélenchon, van "La France Insoumise", die wel pleit voor een -echt- basisinkomen (en voor een aantal catastrofale andere maatregelen), heeft de verleiding niet kunnen weerstaan om het 'Universele Activiteitsinkomen' van Macron maar vast om te dopen in "La corvée Universelle" (Universeel corvee), hetgeen de lading inderdaad veel beter dekt.

Wat is dat toch met het basisinkomen? Niemand wil het (echt), maar iedereen wil erover praten of op zijn minst wat spelen met de gedachte.
Laten we hopen dat er niet op een onbewaakt ogenblik een of andere spelbreker op de proppen komt met een concreet uitvoerbaar plan voor de introductie van een -echt- basisinkomen. Dat zou ons hardhandig wakker schudden uit deze prachtige droom en ons dwingen om een keuze te maken en met die keuze aan de gang te gaan.
Zo zou ons leven wel heel erg saai worden.

dinsdag 21 augustus 2018

Raadselachtig rapport ING over beïnvloedbaarheid van onze opinie inzake een basisinkomen


Het "Economisch bureau" van de ING bank wilde weten hoe Nederland denkt over "het concept basisinkomen". Waarom precies daarover en bijvoorbeeld niet over 'het concept afschaffing dividendbelasting', of 'het concept optrekking van het lage BTW-tarief', of over een ander economisch thema dat de gemoederen bezig houdt? We weten het niet, want de ING heeft deze bijzondere keuze niet nader toegelicht.
Eén ding weten we wel, namelijk dat men in de boezem van de ING dit een belangrijk item moet vinden, want men is daar niet gewend om geld over de balk te smijten. Integendeel; er zijn al heel wat banen geschrapt, niet uit geldgebrek, maar omdat ze door nieuwe automatisering konden worden vervangen.

Opmerkelijk is, dat de ING mensen naar hun mening vraagt over iets dat helemaal niet bestaat, namelijk "het" concept basisinkomen. Het begrip basisinkomen wordt op allerlei manieren ingevuld. Er is helemaal geen eenduidige definitie die door iedereen wordt gehanteerd.
Dat was voor de ING geen probleem, integendeel. Het maakte het alleen maar makkelijker om het resultaat op te halen dat gewenst werd.
Want wat blijkt?
Mensen zijn in meerderheid voor een basisinkomen, totdat de ING hen gaat uitleggen wat het basisinkomen -volgens de ING- inhoudt. En ze zijn er zelfs in meerderheid tegen zodra de ING hen heeft uitgelegd wat het hen -volgens de ING- allemaal gaat kosten. Wat het onderzoek dus vooral aantoont is dat de gemiddelde Nederlander makkelijk te bewegen valt om zich te keren tegen invoering van een basisinkomen. Genoeg dus over dat zogenaamde 'onderzoek' van de ING.

Interessanter is de vraag waarom de ING op deze manier probeert om stemming te maken tegen invoering van een basisinkomen. Antwoord op die vraag krijgen we natuurlijk niet, dus het blijft speculeren. Denkt de ING als bedrijf schade te gaan ondervinden van een basisinkomen, bijvoorbeeld als dat basisinkomen via een overheidsbank zou worden uitbetaald en mensen in meerderheid via die overheidsbank ook hun andere bankzaken zouden gaan doen?

Denkt de ING dat zijn meest vermogende klanten zich zorgen maken, vanuit de gedachte dat zij de rekening moeten gaan betalen? En denkt de ING deze klanten aan zich te binden door namens hen maar vast vroegtijdig ten strijde te trekken tegen een basisinkomen?

Of klotst het geld inmiddels toch zo hoog tegen de wanden van de directiekamer, dat een deel daarvan wel kan worden uitgegeven aan een onzin-onderzoek?

Zou allemaal kunnen.

Tenslotte kunnen we deze actie ook positief duiden: kennelijk is het percentage Nederlanders dat inmiddels gecharmeerd is geraakt van het idee zo groot, dat het gevaarlijk dicht in de buurt van een meerderheid begint te komen.

woensdag 13 juni 2018

Kruistocht tegen het basisinkomen in de NRC


In de NRC weer eens een bericht over het basisinkomen. En alweer negatief.
Invoering van een uiniverseel basisinkomen in Nederland zou zelfs voor "meer armoede" zorgen!
Dat is althans de conclusie van onderzoekers van het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck van de Universiteit Antwerpen.

Deze Belgische onderzoeksclub heeft in opdracht van (althans betaald door) het Instituut Gak becijferd dat een uiniverseel basisinkomen in Nederland een slecht idee is, gegeven ons huidige fiscale instrumentarium !!!
Het is de gangbare truc die tegenstanders van het basisinkomen toepassen om het idee af te branden.
Maar in welk heilige boek staat geschreven dat aan ons bestaande fiscale stelsel niets veranderd mag worden? Dit krakkemikkige stelsel, met zijn woud van heffingskortingen en toeslagen, uitzonderingen op de uitzonderingen, waarin het draagkrachtbeginsel inmiddels uit het zicht is verdwenen, is allang aan herziening toe. Dat zeggen wij niet alleen, maar met name de topexperts op dat gebied (professoren fiscaal recht Leo Stevens en Koen Caminada).

In mijn boek "Plan voor eengelukkige samenleving" laat ik zien dat het op een andere fiscale basis wel degelijk mogelijk is om een universeel basisinkomen in te voeren. En waarom het sociaal noodzakelijk en economisch op de langere duur onvermijdelijk is.

De Belgische onderzoekers vinden een basisinkomen niet nodig: "Er is een hoge tewerkstelling, een laag armoedepeil en weinig inkomensongelijkheid."
Een op de tien huishoudens op, cq onder de armoedegrens (ruim 11 procent van de kinderen!) vinden de Belgen kennelijk "een laag armoedepeil". Nou, ik niet.
Er is inderdaad een lage formele inkomensongelijkheid, maar een exorbitant grote en toenemende vermogensongelijkheid (vermogensaanwas is blijkbaar geen inkomen?).
En voor een basisinkomen zijn geen economische argumenten volgens de Belgen. Een gestaag dalende Arbeidsinkomensquote en daarmee gepaard gaande stagnatie van de algehele koopkracht is geen economisch argument? DNB president Klaas Knot kletst blijkbaar maar wat uit zijn nek?

Ik heb sterk de indruk (niet alleen uit dit artikel) dat de NRC bezig is met een kruistocht tegen het basisinkomen en kan maar niet begrijpen waarom.

dinsdag 15 mei 2018

Experimenteren met het basisinkomen; een contradictie


Het Dagblad van het Noorden meldt dat aan een experiment met basisinkomen in Groningen een einde is gekomen. Dat experiment, uitgevoerd door een stichting met de naam 'Ons Basisinkomen' hield in dat via crowdfunding een bedrag van 12.000 euro werd ingezameld waarmee een door de stichting aangewezen persoon gedurende een jaar een voorwaardenvrij inkomen van 1000 euro per maand werd gegeven. Dat is twee keer gelukt, maar daarna stokte de geldinzameling.

Als warm voorstander van invoering van het basisinkomen kan ik niet anders dan blij zijn dat dit fake-'experiment' is gestopt.
Een wezenskenmerk van het basisinkomen is, dat het algemeen is, dat iedereen het krijgt, dus niet slechts een of meer daarvoor geselecteerde personen.
Een wezenskenmerk van het basisinkomen is, dat het door de rijksoverheid wordt verstrekt, dus niet door een stichting die afhankelijk is van giften van particulieren.
Een wezenskenmerk van het basisinkomen is, dat het voor onbepaalde tijd wordt verstrekt, dus niet slechts voor een beperkte periode.

Een echt experiment met het basisinkomen is per definitie dus vrij moeilijk te bedenken. Het zou in feite neerkomen op de definitieve invoering ervan.

Volgens het bericht had de stichting met het experiment de rijksoverheid willen bewegen om het bestaande stelsel van bijstandsuitkeringen te vervangen door het basisinkomen. Daartoe wilde men aantonen dat mensen een ontvangen basisinkomen niet gebruiken om op vakantie te gaan.
Persoonlijk denk ik dat de rijksoverheid andere redenen heeft om tegen het basisinkomen te zijn dan de vrees dat burgers ervan op vakantie gaan. De financierbaarheid bijvoorbeeld en de angst voor onbeheersbare effecten op de economie. En natuurlijk het Calvinistische dogma dat wie niet werkt ook niet zal eten.
Jammer van de energie die een aantal -ongetwijfeld goed bedoelende- mensen in dat Groningse avontuur hebben geïnvesteerd. Jammer dat ze blijkbaar niet inzien dat dit soort 'experimenten' het idee van het basisinkomen alleen maar schade berokkent. Als wij, de voorstanders van invoering van het basisinkomen, door de grote-mensenwereld serieus willen worden genomen zullen we met serieuze argumenten moeten komen die aansluiten bij de realiteit.
We willen immers dat het basisinkomen wordt ingevoerd in Nederland, niet in het Land van Ooit?


vrijdag 9 maart 2018

#wilwelwatmaarweetookalniethoe: Ad Melkert


Regelmatig zijn er deskundigen, vaak politici en oud-politici, die ons vertellen wat er volgens hen moet gebeuren. Hun bijdrage aan het publieke debat moet althans die indruk wekken. Heel vaak echter, weten ze wel te vertellen welke doelen we zouden moeten nastreven, maar hebben ze blijkbaar geen idee hoe we die doelen kunnen bereiken. Hoe verstandig de doelen ook gekozen mogen zijn, op die manier is hun bijdrage niet meer dan een vorm van wensdenken waarmee we niet veel opschieten. We rangschikken ze daarom onder de hashtag #wilwelwatmaarweetookalniethoe.

Deze keer: Ad Melkert

Kent u hem nog? Melkert was bestuurslid van de PPR, stapte over naar de PvdA en was voor die partij kamerlid en (in het kabinet Kok I) minister van Sociale Zaken. Vervolgens fractievoorzitter van de PvdA tijdens Kok II. In 2002 werd hij zo ongeveer persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor de zogenaamde 'demonisering' van Pim Fortuyn en was volgens diens aanhangers derhalve medeverantwoordelijk voor de moord op Fortuyn, want 'de kogel kwam van links'. Een nogal absurde claim. De door zijn aanhangers heilig verklaarde Pim was zelf een buitengewoon geestdriftige en vakkundige treiteraar, die bij zijn politieke tegenstrevers regelmatig het bloed onder de nagels vandaan wist te halen. Pim sprak en schreef over 'De Puinhopen van Paars', waaraan Ad ijverig meegewerkt zou hebben. Melkert reageerde daarop vooral met misprijzende teksten en een chagrijnige blik. Een lachebekje is Melkert nou eenmaal nooit geweest.
Maar om dat nou 'demoniseren' te noemen...

Die Ad Melkert dus, heeft weer van zich laten horen via een opinieartikel in de NRC.
Daarin zegt Melkert verstandige dingen. Vertrekkend bij de ontwikkelingen in de supermarktbranche, waar de banen van caissières geleidelijk aan worden vervangen door zelfscanmachines en op termijn door het geheel automatisch scannen en factureren van de door de klant ingeladen boodschappen, waarschuwt Melkert voor de gevolgen van de technologische innovatie op onze banen en op ons leven. Die waarschuwing is natuurlijk zeer terecht, zij het niet heel erg nieuw. Melkert wijst erop dat we in de toekomst niet meer voltijds (betaald) zullen werken, maar vindt wel dat we ons voltijds moeten blijven inspannen. De tijd die we straks niet meer besteden aan betaald werk moet besteed worden aan bijscholing en aan mantelzorg. Het onderscheid tussen betaald en onbetaald werk moet volgens Melkert worden vervangen door "een functiewaardering die ook maatschappelijke dienstverlening honoreert". Dat klinkt buitengewoon diepzinnig, maar wij kunnen er geen chocola van maken. Wie stelt die 'functie' voor ons samen?
Wie bepaalt de 'waardering' ervan en hoe zit het precies met die 'maatschappelijke honorering'?
Is de honorering in geld of krijgen we alleen een aai over de bol? Erg vaag allemaal.

Gelukkig heeft Melkert ook nog een paar concrete adviezen:
"Onderwerp de kracht van de markt aan de norm van de maatschappij. Pot opbrengsten van innovatie niet particulier op, maar laat ze aan het collectief ten goede komen. Houd bedrijven verantwoordelijk voor de gevolgen van automatisering en voor het ontwikkelen van nieuwe vaardigheden van werknemers, binnen en buiten het eigen erf."
Pleidooien voor hogere lonen zijn er al jaren, onder andere van de kant van de president van de Nederlandse Bank. Maar niemand weet hoe dat afgedwongen kan worden.
Het aan het collectief ten goede laten komen van opbrengsten van innovatie wil ook bijna iedereen wel, maar niemand weet hoe dat afgedwongen kan worden. We slagen er niet eens in om de exorbitante winsten van multinationals effectief fiscaal te belasten.
Bedrijven verantwoordelijk houden voor opleiding en ontwikkeling van (huidige, toekomstige of gewezen) medewerkers willen we ook wel, maar niemand weet hoe dat afgedwongen kan worden. We slagen er niet eens in om voor studenten in het beroepsonderwijs voldoende stageplaatsen te krijgen.
Mooie wensen hoor, maar hoe doen we dat Ad, hoe doen we dat?

woensdag 28 februari 2018

Werkgelegenheid terug op het niveau van 2001


De nieuwe jaarcijfers van het CBS over het arbeidsvolume zijn binnen. Dat klinkt als 'Hollandse Nieuwe' en ze smaken net zo goed als vorig jaar,
mits je ze neemt met een korreltje zout en een snippertje ui. Dit zijn ze.

De werkgelegenheid in feitelijk gewerkte uren, in CBS-termen het 'Arbeidsvolume', is over 2017 opnieuw hoger uitgekomen dan over het jaar daarvoor. Niet alleen absoluut, maar ook per inwoner, dus gecorrigeerd voor de bevolkingstoename. En we hebben daarmee een soort van mijlpaal bereikt, want nu zijn we eindelijk terug op het niveau van vlak voor de eerste crisis, namelijk het niveau van 2001. Het arbeidsvolume in 2001 bedroeg 760 feitelijk gewerkte uren per inwoner en inmiddels (2017) zijn we weer op dat niveau terug (761 uur/inwoner). Dat is goed nieuws.
We kruipen dus nog steeds omhoog, zij het langzaam, want het niveau van 2008, toen we 777 uur per inwoner werkten, hebben we nog niet te pakken.

Dat het beter gaat horen we al een tijdje, meestal naar aanleiding van de dalende werkloosheid, maar de champagne kan nog wel even onder de kurk blijven. Het werkloosheidspercentage daalt inderdaad. Het bereikte zijn hoogste punt in 2014, met 7,4% en is inmiddels gedaald naar 4,9%, wat nog altijd flink hoger is dan de percentages van 2000 (3,6%) en van 2008 (3,7%).
Daarbij moeten we bedenken dat iemand die slechts één uur per week betaald werk doet tegenwoordig al tot de werkenden wordt gerekend.
De werkloosheidscijfers worden er iets rooskleuriger door, want tegelijkertijd is er al enige tijd sprake van een 'verdunning' van de banen.
Waar de gemiddelde baan in 1996 nog 1345 uur per jaar omvatte, is dat in 2017 nog slechts 1274 uur per jaar. Zo hebben we dus meer werkenden uit eenzelfde arbeidsvolume.


Zoals u weet is het werkloosheidspercentage een tamelijk soft sociaal gegeven. Daarom hebben wij het liever over het arbeidsvolume in feitelijk gewerkte uren per inwoner als maat voor de stand van de werkgelegenheid, zoals we die in de monitor (links op deze pagina) permanent tonen.